Op gespannen voet? Natuurlijk niet … en toch. Het lijkt erop dat als er ADD in het spel is, problemen in de liefde vaker en heftiger voorkomen dan “normaal”. ADD kenmerken springen daarbij het meest in het oog.

Toch is er genoeg reden om ervan uit te gaan dat er in iedere relatie, ook die van jou, potentie zit. Potentie tot voortdurende verdieping en verrijking. De mogelijkheid dat, hoe lastig het soms ook is samen, het toch ook (weer) prettig spannend en liefdevol kàn zijn en blijven. Dat vraagt ‘op de tast doortastend zijn’, soms tegen de klippen op. Groeien in echt contact met jezelf èn de ander. Met alle groeipijn die daarbij hoort. Zelfbewustzijn, autonomie en zelf-liefde zijn daarbij de sleutelwoorden.


Dit artikel is een vervolg op mijn eerdere artikel Jij en de AnDDer.
In dat artikel stond de niet-ADD partner centraal stond. Nu bekijken we relatieproblematiek vanuit het oogpunt van, en gericht op, de partner mèt ADD.

Op gespannen voet

Liefde is een levensvoorwaarde. We geven ons er dan ook graag aan over. Voor mensen met ADD – en hun partners – gaat de liefde echter zelden over rozen. Leren omgaan met je ADD brengt dan ook onvermijdelijk, vroeg of laat, dit thema boven. Dat merk ik zelf in mijn werk met mensen met ADD. Wat de oorspronkelijke coachingvraag ook is, vroeg of laat blijkt dat er óók problemen zijn in het liefdesleven met hun partner. Soms staan die problemen sterk op de voorgrond. Staat de relatie zelfs al op springen. Daarbij leeft het idee dat het vooral de ADD kenmerken zijn die tot spanning leiden.

Dat is niet verwonderlijk. ADD maakt bijvoorbeeld dat het regelmatig chaos in je hoofd is. Een richtingloze drukte of volheid zonder kop en staart. Eén die zich soms ook voelbaar maakt als helemaal op blanco gaan of zijn – als je er plotseling uit ontwaakt bijvoorbeeld. Een chaos die ook gevolgen heeft voor hoe (on)georganiseerd (of krampachtig overgeorganiseerd) het er thuis aan toe gaat. In het huishouden of je administratie, hoe je met geld of afspraken omgaat, enzovoorts. Voor hoe je je aandacht bij dingen kunt houden.

Dat vormt een dagelijkse bron van ergernissen, ook voor jezelf. Een voedingsbodem voor negatieve reactiepatronen over en weer die het er voor jezelf en je partner niet beter en rustiger op maken.

Waar zit je met je hoofd?

Misschien nog wel belangrijker is, dat het regelmatig voor de ander een raadsel is waar je met je hoofd en hart bent. Zelfs midden in een gesprek. Je partner kan zich dan niet gezien voelen. Je loopt even (regelmatig) totaal uit de pas met de ander. Niet alleen wat het volgen van en reageren op elkaar betreft. Ook merk je, dat het met de verwerking en uitwisseling van gevoelens niet zo lekker stroomt. Alsof je plotseling en tot je schrik beseft dat je in gescheiden werelden leeft.

De mogelijkheid dat dat gebeuren kan maakt jou dan weer onzeker, gespannen. Een onzekerheid en gevoel van onmacht dat zich diep in je kan nestelen, je onderhuids bezig houdt. Als een smeulende veenbrand waar je niet echt zicht op hebt. Wat je wel weet: dat je regelmatig niet bij jezelf en nog minder echt bij de ander bent.

Het effect is vaak, dat jullie beiden dan een gebrek aan intimiteit ervaren. In plaats daarvan groeit de frustratie, de onmacht en een gevoel van onbestemd verdriet.

Crisis in een breder kader

Om te begrijpen hoe dat komt (en hoe kansrijk dat juist is voor verdere groei en verdieping), is het zinvol om dit te plaatsen in een breder – niet noodzakelijk ADD-gerelateerd – kader. Als iets wat onvermijdelijk deel uitmaakt van de natuurlijke ontwikkeling van duurzame liefdesrelaties. Van iedere relatie dus – maar dan alleen iets anders, omdat er ADD in het spel is.

Waar liefde begint

Iedere relatie begint met een fase van verliefdheid, gevolgd door wat veelal de romantische of ‘honeymoon-fase’ wordt genoemd. Je leert elkaar kennen en toont jezelf van je beste kant. Tenminste, in de zin van wat jij denkt of aanvoelt dat de ander aantrekkelijk vindt. Alles om de liefdesdroom, de roes van één- en samenzijn, zo min mogelijk te verstoren, of juist te versterken.

In deze fase functioneer je als ADD-er opperbest. Een opwindende hyperfocus op je geliefde en een rijke cocktail aan geluksstofjes en knuffelhormonen in je lijf voeren je naar grote hoogten. Beter dan ritalin en dexamfetamine ooit voor je zouden kunnen betekenen.

Je partner vindt je zo lief en romantisch, zo aandachtig en attent, zo charmant en aandoenlijk onhandig soms. Een tikje creatief en impulsief. Zo helemaal in het nu levend ook, zoals een normaal mens nooit zou kunnen. Omgekeerd geniet jij weer van dat baken van helderheid en ‘weten wat ze/hij wil’. Altijd met een opgeruimde zin om dingen voor elkaar te krijgen.

Het eind (?) van het liedje

Als het goed gaat daal je echter na verloop van tijd af in een stuk prozaïscher realiteit: die van de volwassen, duurzame relatie. Kenmerk van deze fase is, dat het samenzijn ook met verantwoordelijkheden komt, die afstemming, inzet en schikken vergen.

Daarbij wordt duidelijk dat er ook andere kanten aan jezelf zitten – en aan de ander. Aspecten die voor de ander mogelijk minder aantrekkelijk zijn, maar toch heel eigen. Aspecten die tot ‘discussie’ kunnen leiden. Kanten die je dan geneigd bent weg te drukken in jezelf. Of in ieder geval verbergt of stil houdt voor de ander. Tot dat steeds moeilijker wordt.

Tegelijk merk je dat je geleidelijk aan in emotionele zin en qua zelfbeeld steeds afhankelijker van elkaar wordt. Je blijkt steeds meer elkaar aan te vullen, vooral omdat je dingen in jezelf bij de ander gaat beleggen of uitbesteden – en omgekeerd. De ander blijkt op den duur toch wel aardige gaten in jezelf op te vullen. Jou te compenseren voor emotioneel ongemak bijvoorbeeld, of dingen waaraan je terecht of onterecht in jezelf twijfelt. En die uiteindelijk toch niet zo naadloos blijken aan te sluiten als dat ooit prettig en aanvullend leek.

Emotionele houdgreep

Wat er in deze fase gebeurt is, wat de Amerikaanse relatietherapeut David Schnarch een proces van ‘emotionele versmelting’ noemt, uitmondend in ‘emotionele houdgreep’.

Dit proces is het natuurlijke gevolg van je wederzijdse verlangen bij elkaar te horen (èn te bieden wat de ander nodig heeft). Een verlangen dat leidt tot een intens proces van vaak heel subtiele afstemming op elkaar. Een proces waarin je geneigd bent in jezelf en de ander eigenlijk alles uit te sluiten wat de symbiotische droom (één te zijn) zou kunnen verstoren. Wat natuurlijk niet lukt.

Schnarch gebruikt daarbij de metafoor van de emotionele Siamese tweeling. Je ziet het voor je: iedere beweging buiten het stramien van de houdgreep, van jezelf en de ander, roept over en weer emoties op. Emoties waarin angst en onzekerheid, irritatie en woede te herkennen zijn. Jegens je partner èn jegens jezelf. Je staat elkaar in de weg, óók omdat je dit juist uit de weg wil gaan. Stagnatie en (ook seksuele) verveling en/of frustratie slaan toe.

De ADDer onder het gras

Als er ADD in het spel is, is deze fase niet fundamenteel anders. Wel vaak extra pijnlijk en met een aantal kenmerkende elementen.

Zo was de hemel aanvankelijk nog rijker en blauwer dan bij ‘neurotypisch verliefde’ stelletjes al het geval is. Bovendien valt de duikvlucht in het alledaagse samenleven daarna extra hard tegen. De flow van hyperfocus (neurotransmitters en geluksstofjes) vervliegt. Het nieuwe is eraf en je gebruikelijke ADD-symptomen keren terug. Inclusief je dromerigheid en verstrooidheid. En inclusief je hang naar jezelf te prikkelen om ‘wakker’ en ‘bij’ te blijven, dan wel overprikkeling juist weer te dempen. Bijvoorbeeld door te grijpen in de medicijndoos van seks, drugs en rock & roll.

Tegelijk zijn de implicaties van ADD op je gedrag en emotieverwerking steeds moeilijker te verbergen of compenseren. Deze zijn immers deels ingebakken in je neurologische bedrading. Het gevoel van onmacht bij jou en je partner kan dan groot zijn.

Achtergrondruis

Wat daarbij komt is dat elementen van hoe je allebei opgegroeid bent óók op een hele pijnlijke manier op elkaar blijken in te grijpen. Denk hierbij op de eerste plaats aan:

  • oneigenlijke en niet-constructieve gedragspatronen (krampachtige aanpassing en overcompensatie);
  • negatieve overtuigingen over jezelf (jezelf voortdurend op de kop geven); en
  • de manier waarop je geleerd hebt emoties te verwerken – en van daaruit vaak naar de ander toe projecteert en opspeelt.

De eerste twee hebben te maken met wat ook wel ‘gevolgschade’ (bovenop ADD) wordt – daarover later meer. Beide zijn nog bewust, maar wat daar onder ligt, inclusief het derde punt, meestal niet. Het overkomt je gewoon.

Weeskinderen

Dat laatste heeft dan te maken met verdrongen geraakte en emotioneel beladen stukjes van jezelf die zich van je losgemaakt hebben. Afgesplitst zijn om de pijn van niet geliefd, niet gerespecteerd of niet gespiegeld te zijn, niet (meer) te hoeven voelen. We noemen dit ook wel ‘weeskinderen’, omdat het stukjes zijn die in het verborgene van je ‘teruggetrokken zelf’ een eigen verborgen leven leiden. Met hun eigen deel-bewustzijn, dan niet met je meegegroeid is, kinderlijk gebleven is. Je hebt er daardoor weinig zicht op.

Toch beïnvloeden dergelijke ‘weeskinderen’ wel degelijk je gevoelens, stemming, behoeften en gedrag. Juist als er iets belangrijks als liefde in het spel is, op het spel staat. Die weeskinderen bij jou en je partner gaan met elkaar aan de haal, zodra je je op het pad van emotionele versmelting begeeft.

Was sich liebt, das neckt sich

Hierdoor doe je elkaar voortdurend en vaak onbedoeld pijn. Omdát je zo dicht op elkaar zit (en elkaar niet wil loslaten) – en tegelijk niet meer echt bij jezelf bent. In het Duits is daar een treffende uitdrukking voor: was sich liebt, das neckt sich.

Zo brengt je partner, onbedoeld mogen we hopen, alle negatieve feedback die je in je jeugd en op school al over je heen kreeg, opnieuw omhoog. Het effect voor jou als degene met ADD is, dat bijvoorbeeld issues die je partner heeft met je ADD – je verstrooidheid, slordigheid, vergeten – steeds hogerop gespeeld worden.

En op een dieper niveau voel je dat je het contact met jezelf èn met de ander gaandeweg verliest. Contact en intimiteit worden problematisch. Diep in je neurologische systeem verankerde aanpassingen aan vroegkinderlijke stress (trauma), die juíst te maken hebben met contact en presentie bij wat je voelt en ziet, worden extra aangezet. Hou dat even vast, hier kom ik verderop nog uitgebreid terug.

Negatieve spiraal

Het is belangrijk te beseffen dat iets vergelijkbaars ook speelt bij je partner. Zo sluit jouw patroon van geestelijk afdwalen pijnlijk naadloos aan op diep verscholen mechanismen bij de ander. Raderen van angst voor controleverlies of verlating dan wel woede om niet-gezien-zijn, bijvoorbeeld. Emoties (‘weeskinderen’) die vaak aan de frustraties van partners van ADD-ers ten grondslag liggen. Lees meer hierover in mijn eerdere artikel Jij en de AnDDer.

Het effect van deze in elkaar grijpende interacties? Dat de achtergrondruis, de spanning tussen jou en de ander en de wederzijdse gevoeligheden daarvoor gestaag toenemen. Je merkt dat je elkaar steeds meer gevangen houdt in een benauwende (om niet te zeggen: duivelse) spiraal van negatieve actie-reacties patronen.

Daaraan lijkt geen ontsnappen mogelijk. Het effect hiervan voor jou is namelijk, dat je ADD-gerelateerde zwakheden juist steeds meer aangezet worden. Totdat jullie beiden merken hoe dit werkt – en hoe je deze spiraal zou kunnen doorbreken. Laten we het dáár eens over hebben.

Emmertje

Om mooi model dat je daarbij op het goede spoor kan zetten, is het emmertje van ADHD-deskundige Cathelijne Wildervanck. Het emmertje staat voor de inhoud van ons (bewuste en onbewuste) bewustzijn. Het verklaart heel mooi hoe drukte in je hoofd ontstaat. Je vrij (besteedbaar) bewustzijn, het deel waarover je vrij kunt beschikken om je ding te doen, is slechts het bovenste deel van de emmer. Het omvat ook het bewustzijn van wat er allemaal in je speelt.

Dit vrije bewustzijn heeft een hele ondersteuningslaag ‘onder water’ nodig om te kunnen functioneren – en daar zit dan juist het probleem. De vrije ruimte – je helderheid – neemt merkbaar af als datgene wat er ‘onder water’ gebeurt steeds meer ruimte en energie in beslag neemt. het emmertje van Cathelijne Wildervanck met Zijnsgeoriënteerde toevoegingen

Voor een mooie uiteenzetting van het model verwijs ik graag naar een online beschikbare animatie hierover van Cathelijne.

Onder water

Wat eronder ligt blijkt dan deels gevuld door allerlei negatieve innerlijke dialogen, gebaseerd op zelftwijfel, niet echt constructieve oordelen en overtuigingen over jezelf en het leven. En daar weer onder, op de laag van je identiteit of persoonlijkheid, die eerder genoemde ‘weeskinderen’ dus. Zaken die steeds meer en steeds vaker gevoed en getriggerd worden door de interactie met je partner. En (bovenin) door de fysieke spanning in je lijf die dat met zich meebrengt.

Dat wil concreet zeggen: hoe meer spanning je voelt en hoe meer (krampachtig) je je best doet, des te onzekerder je over jezelf wordt, des te meer het fout gaat. Het vult je hoofd met steeds meer vaagheid, zorgelijkheid, irritatie en angst. Totdat er echt geen ruimte meer over is. Niet voor de ander en niet meer voor jezelf, niet meer voor wat er ècht nu is.

Ergens in dit proces gaat dan bovendien volautomatisch het ADD-mechanisme in werking, dat diep in je neurologische circuits is ingebouwd: je slaat op ‘tilt’, dissocieert, gaat op blanco. Of je zweeft gewoon weg. Daarover later meer. Een vergelijkbaar patroon, maar dan anders (plotselinge woede bijvoorbeeld), voltrekt zich overigens vaak bij je partner.

Dit inzicht brengt al rust

Het helpt al een heel eind om dit mechanisme bij jezelf en de ander te onderkennen. En elkaar te helpen begrijpen hoe het voor de ander is. Dit inzicht helpt je ook om de negatieve terugkoppeling die je steeds aan elkaar geeft te herkennen. Te begrijpen waarom het niet-constructief is. Het stelt je vervolgens in staat om elkaar op een vriendelijke en behulpzame manier feedback te geven. Daarbij rustig bij jezelf te blijven, terwijl je de pijn van de ander uitvraagt, begrip toont. Zo neem je spanning weg.

Differentiatie en individuatie

Toch is ‘communicatie-training’ niet voldoende. Op een dieper en structureler niveau is er een proces nodig dat David Schnarch differentiatie noemt. In zijn benadering is differentiatie er in eerste instantie op gericht jezelf los te maken uit de emotionele versmelting/houdgreep met je partner. Op eigen benen gaan staan. Dat betekent vooral: jezelf losmaken van je focus op de bevestiging en waardering, dromen/idealen en projecties van je partner. Zaken die je afgeleide, aan je partner ontleende zelfbeeld (‘reflected sense of self’) in stand houden. Die betrekking op elkaars ‘reflected sense of self’ is wederzijds, wat maakt dat je meer met elkaar verstrikt raakt.

Onder water komen daar die – elkaar in de weg zittende – weeskinderen bij. Een andere benaming voor (en aspect van) differentiatie is dan ook individuatie. Individuatie betekent: één-wording in jezelf. Dat wil, zeggen: je bewust worden van en her-integratie van wat er aan ‘weeskinderen’ in je teruggetrokken zelf leeft.

Liefde | schijn – rook en spiegels

Op beide niveaus (afgeleid zelfbeeld en ‘weeskinderen’) is er weinig vrij bewustzijn. Dit verklaart de vervreemding die je kunt ervaren in je relatie. Vervreemding van wie jij werkelijk bent en wie de ander echt is. En die tegelijk verklaart waarom èchte intimiteit, echt bij de ander zijn – uit zicht geraakt is.

Wat dan duidelijk wordt is dat er een relatie is ontstaan van rook en spiegels, met de dynamiek van een (onbevredigend en vervreemdend) samenspel. Een spel waarin je allebei een rol in speelt. Een spel dat steeds meer aangestuurd wordt vanuit je ‘reflected sense of self’ en de ‘weeskinderen’ in de kelders van je teruggetrokken zelf. En steeds minder door liefde en echte aandacht voor elkaar.

De Zwitserse psychiater en relatietherapeut Jürg Willi, die hier uitgebreid onderzoek naar gedaan heeft, noemde zo’n samenspel collusie.

Vanuit Zijnsoriëntatie begrijpen we collusie als een proces waarbij we kwaliteiten en intenties (motivaties, gevoelens, verlangens) in onszelf delegeren of projecteren naar de ander. Omdat we er zelf aan twijfelen, er geen contact in onszelf meer mee hebben en/of er angstig voor zijn, ons onzeker maken. En omgekeerd de idealen en projecties op ons van de ander dankbaar aanvaarden als een ons prettig aanvoelend ‘reflected sense of self‘, dat ons compleet en waardevol doet voelen. Totdat dit niet meer werkt, het samenspel benauwend en verstarrend wordt.

Ware liefde vraagt: onderkennen en doorbreken van jullie ‘collusie’

Niet alleen het ontstaan van zo’n samenspel is ‘part of the game’ dat liefde heet. Dat geldt volgens Schnarch ook voor de tegenreactie van (of het verlangen naar) differentiatie. Daarom noemt hij de duurzame relatie ook een mens-makende machine of smeltkroes.

Menswording gaat met hitte gepaard. Als ook maar één van beide partners een beweging inzet naar differentiatie, dan maakt zich dat kenbaar als ‘crisis’. Aanvankelijk als ervaring van in een ‘emotionele houdgreep’ te zitten. En het bijbehorende verlangen om je daaraan te ontworstelen.

Dat gebeurt gewoon, vroeg of laat, goedschiks of kwaadschiks. Als proces dat uiteindelijk kan leiden tot de ontwikkeling van (en gaan leven vanuit) een eigen, zelfbewust ‘solid sense of self’. Authentiek en persoonlijk, eigen zijn, levend vanuit je kern – juist ook in relatie. Groeien in eigenheid brengt vervolgens groei in genegenheid. Het alternatief is: het verbreken of verbleken van de relatie.

Bij jezelf blijven

In zijn echt prachtige boek Passionate Marriage (een aanrader) gaat Schnarch dieper in op wat differentiatie als werkzaamheid betekent. Dat is kort en bondig gezegd: bij jezelf blijven – juist ook terwijl je bij de ander bent. Hoe doe je dat?

Een kleine opsomming uit het hoofdstuk “Hold onto yourself: Your Crucible Survival Guide” (p.322ff.) – met een dikke snuf Zijnsoriëntatie van mij daarbij:

  • Je zelfbeeld niet meer afhankelijk maken van hoe je partner jou waardeert en bevestigt – je ‘reflected sense of self’. In plaats daarvan jezelf steeds voor ogen houden (een helder beeld en gevoel, ‘solid sense’ bewaren voor) wie je werkelijk bent en voor wat jouw essentiële verlangens zijn;
  • Daarin eerlijk zijn naar jezelf (en de ander): jezelf confronteren met het strategische gedrag en de strategische overtuigingen waarmee je die toedekt, jezelf en de ander manipuleert;
  • Eerlijk en helder zijn naar jezelf ten aanzien van je angsten en onzekerheden en de daaruit voortkomende emotionele patronen (verdriet, onmacht, woede en frustratie). Verantwoording nemen voor die gevoelens, je zelftwijfel, beperkingen en tekortkomingen;
  • Je daarbij bewust worden van jouw projecties en vervormingen – van jezelf, je partner en je relatie – en toegeven dat je het fout kunt hebben. Daarin vergevingsgezind en niet beschuldigend en beschamend zijn naar jezelf;
  • Dat vraagt voeling houden met je lichaamssensaties en met je emoties. Je er niet door laten meeslepen of verlammen, maar ze accepterend waar te nemen, te benoemen en er zelf-zorgzaam voor te zijn. Self-soothing (zelf-kalmering) noemt Schnarch dat;
  • Accepteren dat groei altijd gepaard gaat met pijn. De durf op te brengen te groeien en dus pijn te leren voelen en verdragen, opdat je er doorheen kunt gaan.

De extra uitdaging bij ADD

Dat klinkt makkelijker dan het is, alleen al voor ‘normale’ (neurotypische) mensen. Voor mensen met ADD ligt er, zoals ik al eerder aangaf, een extra uitdaging. Zowel wat betreft differentiatie als qua intimiteit/verbondenheid. Om dat te begrijpen grijp ik terug op Gabor Maté.

Gabor Maté geeft in zijn boek Scattered Minds een overtuigende verklaring voor ADD als gevolg van aanpassingen van het zeer jonge kind aan een stress-beladen interactie met zijn verzorgers. Deze komen bovenop een aangeboren hoogsensitiviteit. Zie mijn artikel Echte Aandacht: een Queeste naar Heling bij ADD voor een uitgebreide uiteenzetting hierover.

Neurologische verklaring

Deze aanpassingen zijn, zoals al eerder aangestipt, verankerd in (voor die vroegkinderlijke stress-beladen situatie) geoptimaliseerde neurologische patronen. Het gaat daarbij met name om een relatief tekort aan dopamine, receptoren en bloedtoevoer in de orbitofrontale cortex (OFC).

Dat zijn niet geheel toevallig die circuits die ten grondslag liggen aan ons vermogen tot zelfbewustzijn, emotionele zelfregulatie en zelfmotivatie. Vermogens (of liever gezegd: uitdagingen) die opvallend matchen met veelgenoemde lastigheden van mensen met ADD.

Zo speelt de OFC een cruciale rol in:

  • het controleren en monitoren van je interne fysiologische en emotionele staat, vooral waar het de meest krachtige en primitieve emoties betreft, zoals angst en woede;
  • het belonings- en motivatiesysteem in je hersenen;
  • de visueel-ruimtelijke oriëntatie, het kunnen lokaliseren van objecten in de ruimte (ook: het kunnen begrijpen en onthouden van routebeschrijvingen, handleidingen voor het in elkaar zetten van bouwpakketten, etc.)
  • de controle van je aandacht, het selecteren en prioriteren van relevante prikkels, waaronder in het bijzonder het ontcijferen van de emotionele inhoud in iedere vorm van communicatie (lichaamstaal, oogbewegingen, tone of voice) – vooral in emotioneel significante situaties.

Dat laatste is in deze context – leven in liefde – het meest belangrijk. De OFC is namelijk, zoals Maté schrijft, “deeply concerned with the assessment of relationships between the self and others.”

Aangepast aan het ondraagbare

De OFC speelt deze belangrijke rollen, omdat het een essentiële schakel is in de opslag en het ophalen van de emotionele effecten van ervaringen. Om te beginnen met betrekking tot de interacties van het kind met zijn belangrijkste verzorgers in zijn eerste levensjaren. De laatste vormen de matrijs voor al zijn latere emotionele relaties en interacties.

Bovendien worden deze neurologische patronen, die als reactie op vroegkinderlijke stress worden aangelegd, vaak ook in de latere jeugd herhaaldelijk en pijnlijk versterkt: de eerder genoemde gevolgschade.

Niet dat bij mensen met ADD de in de OFC gegrondveste vermogens als zodanig verminderd zijn, maar wel bijzonder aangepast. Zo zijn ze a) extra gevoelig voor verstoring door innerlijke en externe prikkels en met name stress, en b) extra uitgerust op de automatisering van zelf-beschermende processen die de schade van stress moeten voorkomen. Denk daarbij vooral aan:

  • het hypergevoelig afstemmen op de emoties en de aard van de relatie op dat moment  (met name gespitst op het signaleren van mogelijke afwijzing, dat al snel gevreesd wordt);
  • het overgevoelig en emotioneel reageren of broeden op mogelijke stress, tenminste in je hoofd (emotieverwerking);
  • het anticiperen op alle mogelijke afwijzing (met name het krampachtig voorkomen van afwijzen door mee te bewegen in wat de ander mogelijk zou willen en bedoelen; daardoor tegelijk een  gevoel van “onwaarachtigheid”, leugenachtigheid – en schuldgevoelens daarover; je kwetsbaar voelen dat dat weer uitkomt; eventueel bij voorbaat defewnsief of reactief worden);
  • het ‘desnoods’ uit verbinding gaan, bovengenoemde prikkels dempen (of afvoeren in hyperactiviteit), dromerig en afwezig worden, ‘dissociëren’, als verbindingen als stressvol ervaren worden. De kern van wat ‘aandachtstekort-stoornis’ heet te zijn.

Mechanismen die te pas en te onpas – en veelal onbewust en volautomatisch – ‘aangaan’.

Een matrijs van hunkering naar echte liefde en aandacht

Deze overgevoeligheid is terug te voeren op een onstilbaar verlangen, een hunkering naar èchte aandacht, en het verdriet die niet te krijgen. De oorzaak daarvan – en dus van ADD zelf – legt Maté bij een verstoorde verbinding met vooral de moeder gedurende de vroegste jeugd. Beladen door stress en onzekerheid waaronder zij leeft en die zij in dat contact aan het kind doorgegeven heeft. Juist óók door niet echt in contact te zijn. Vervolgens is ieder contact in min of meerdere mate overschaduwd door de mogelijkheid van niet te hanteren vroegkinderlijke stress. Een ‘ramp’ waaruit uiteindelijk niet anders te ontsnappen is dan door ‘out’ te gaan – te dissociëren.

Het gevolg hiervan is dat mensen met ADD een onderliggend patroon hebben van:

  • hyperfocus op en afhankelijkheid van de ander (als mogelijke bedreiging èn alsnog als mogelijke verschaffer van liefde en waardering); en tegelijk:
  • een verminderd natuurlijk en zelf-waarderend contact hebben met zichzelf, tot aan zelf-uitschakeling aan toe (dissociatie).

Dit laatste neemt als gevolg van latere afwijzing en zelf-afwijzing vaak nog meer toe.

Een onmogelijke spagaat

Hierdoor is er sprake is van een onmogelijke spagaat:

  • een neiging je afhankelijk te maken van de waardering van de ander en je vervolgens te identificeren met het ontleende zelfbeeld (‘reflected sense of self’). Een zelfbeeld dat tegelijk als zwak, kwetsbaar en onbevredigend ervaren wordt, en dus steeds opnieuw bevestigd moet worden;
  • onderliggend een intens verlangen naar èchte intimiteit, echt bij de ander zijn – ook fysiek (huidhonger), een verlangen dat nooit vervuld wordt. Omdat er tegelijk sprake is van:
  • een onderhuidse existentiële angst (en terughoudendheid) voor diezelfde intimiteit, ècht bij de ander te zijn. Omdat het gevaar zo groot voelt daarin jezelf te verliezen, op te lossen, gevangen of gehypnotiseerd te raken.

Dat laatste kan voelbaar zijn in een huiver voor zachte aanraking en/of oogcontact, waarvoor wij mensen met ADD juist vaak extra gevoelig zijn. Het heeft namelijk een extra diepe betekenis voor ons: ogen en huid zitten ons dicht op de ziel.

Ter illustratie, oogcontact was al, vanaf dat ik mijzelf herinner, iets buitengewoon gevoeligs. Ik vermeed het. Ook nu nog, als ik in gesprek ben, volg ik automatisch iemands mondbewegingen en vermijd ik oogcontact. Als ik daar stil bij sta dan merk ik dat ik dat doe, omdat het mij zou afleiden, kwetsbaar zou doen voelen, mij vangt en hypnotiseert. Ik hoor anders niet meer wat de ander zegt, raak geabsorbeerd door de geest van de ander. Of ervaar diens blik als binnendringen. En omgekeerd voelt het alsof mijn blik potentieel dodend of overweldigend voor de ander kan zijn.

Pas later, nog niet eens zo lang geleden, ontdekte ik dat ik ook op een prettige manier gevoelig kan zijn voor (liefdevol) oogcontact. Als ik mij daarvoor open stel, dan kan het mij brengen in een staat van intense liefdevolle verbondenheid, waarin ik mijzelf overstijg, gelukzalig vervloei met wat ons beiden draagt.

Het is, met andere woorden, voor iemand met ADD extra moeilijk om zowel echt bij zichzelf te zijn, als echt (zelfbewust, zelfregulerend) bij en in verbinding met de ander. En extra pijnlijk om echt te beseffen.

Heling en groei in de liefde begint bij jezelf

Is het dan hopeloos gesteld met jou en je lief als je ADD hebt? Ik hoop in eerdere artikelen (vooral Echte Aandacht en De Kracht van Unfocus) aangegeven te hebben dat dat een misvatting is.

De sleutel tot heling en groei moet opnieuw gevonden worden in èchte aandacht. In dit kader betekent dat: in het herstellen van de (liefdevolle) relatie die je hebt met jezelf. Met je lichaam, je emoties, je zielsverlangen, de delen in jezelf die beschadigd en uit zicht geraakt zijn. Een houding en benadering van liefdevolle zelfzorg, die je helpt bij jezelf te blijven: je emoties te reguleren, rust te vinden en te brengen – in jezelf en je relatie. Een innerlijke stevigheid en kalmte die besmettelijk is. Die voortvloeit uit je herstelde verbinding met je authentieke zelf (je Essentie).

Dat vraagt: het durven springen in wat er smartelijk is in alle aspecten van bij jezelf en de ander zijn. De ramp echt aangaan. Mijn ervaring in het werken met cliënten afzonderlijk leert mij, dat een benadering die hierop gebaseerd is, mensen daadwerkelijk zelfbewuster maakt. Meer gegrond in zichzelf. Een hoopvolle bevestiging van wat ik eerder al schreef in Een Queeste naar Heling bij ADD. Zo’n ontvouwingsproces raakt vroeg of laat ook het liefdesleven: zet aan tot zowel meer differentiatie als een dieper verlangen en vermogen tot intimiteit, in de liefde.

Perspectief

Zo ontstaat er een uitzicht op een andere manier van omgaan met jezelf en met elkaar. Op een vrijere versie van jezelf en van het onderlinge samenspel, waarin je er echt voor jezelf èn de ander kunt zijn. Elkaar kunt stimuleren en inspireren – en bij tijd en wijlen ook kunt botsen om elkaar en je relatie een zetje te geven, want ook dat hoort erbij.

Juist ook ADD-relaties kunnen hierin kansrijk zijn. Juist omdat er van beide kanten al vaak ook zoveel gevoelsrijkdom en inlevingsvermogen – èn ‘sense of urgency’ – aanwezig is. Zolang jezelf en samen maar bereid bent je echt open te stellen voor wat er op een dieper niveau aan schijnbaar rampzaligs speelt.

Niet alleen qua inzicht, daarbij helpt dit artikel hopelijk al. Ook in het (ook samen) durven doorvoelen daarvan (daar zijn mooie oefeningen voor). Dan moet het mogelijk zijn om de collusie van frustratie en onmacht te doorbreken. Te groeien in wie je bent èn in intimiteit ten opzichte van elkaar. Naar meer authentieke speelsheid en plezier.

Zelfacceptatie en -confrontatie, zelfbewustzijn en zelfsturing, vanuit zelf-liefde, zijn daarvoor de aangewezen weg. Een pad van groeiproces dat geen einde heeft. De realiteit gebiedt immers, dat na iedere bocht omhoog niet alleen een plateau van meer vrijheid en voldoening bereikt wordt. Er zullen onvermijdelijk ook weer nieuwe crises komen. Nieuwe fasen van aanvankelijk pijnlijke groei. Je groeit er echter gaandeweg in om er telkens weer opnieuw, en nog effectiever, er voor jezelf te zijn – en van daaruit ook echt voor de ander.

 

© Gerphil Kerkhof | Augustus 2020

 


Tot slot

De foto bovenaan toont de voeten mij en Jantina. Wij delen alweer 26 jaar lief en leed, ondanks mijn ADD en haar trauma’s en de gevolgen daarvan. Liefdevol, met horten en stoten naar meer en meer verdieping. Het kàn.

Zelfacceptatie, zelfbewustzijn, zelfleiderschap – alle drie punten waarop ik zowel jullie samen, maar ook jou of je partner afzonderlijk zou kunnen coachen. Hoe ik dat doe? Kijk dan eens op mijn pagina over welke invulling ik geef aan Coaching en Therapie, respectievelijk mijn benadering van ADD coaching. Of vraag meteen een afspraak aan voor een introductie sessie.

Geen artikel meer willen missen? Abonneer je dan op de Nieuwsbrief – voor een bericht als er weer een publicatie is.