Onlangs attendeerde een cliënte mij op het boek “Scattered Minds” van de Canadese arts en AD(H)D-specialist Gabor Maté. Een openbaring! Zelden heb ik mij in een boek zó gezien en begrepen gevoeld. Juist in mijn wezen als iemand behept met ADD. Ik raakte meerdere malen echt ontroerd. Het is dan ook mede geschreven vanuit de innerlijke beleving van de auteur. Alleen daarom al is het een ‘must read’ voor iedereen die te maken heeft met Attention Deficit Disorder. Met of zonder de H van hyperactiviteit.

Belangrijker nog: zijn boek heeft mij drie belangrijke ontbrekende puzzelstukjes gegeven in de ontwikkeling van mijn eigen visie en benadering als ADD coach. Eén waarin AD(H)D vooral een psychosociale (en spirituele) uitdaging is. En niet een medisch probleem, een neurologisch gebrek. De kern daarvan is: èchte liefdevolle aandacht.


In dit artikel leg ik eerst uit hoe Maté’s kijk op en ervaring met ADD zo mooi past binnen een bredere visie op mens-wording en mens-zijn. Van daaruit schets ik een kader voor een spiritueel-psychologische benadering ervan. Gericht op heel-wording als mens: als spiritueel wezen, als individu en als zichzelf in de wereld verwerkelijkend persoon.
Heling als Queeste, als epische zoektocht naar wie je ten diepste bent, om van daaruit te leven.

 

De gangbare kijk op ADD

Het in Nederland breeduit gehanteerde psychiatrische classificatiesysteem voor psychische aandoeningen, DSM-5, merkt AD(H)D aan een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Het gaat ervan uit dat het een gevolg is van een verstoorde, afwijkende ontwikkeling van het brein van het kind. Deze afwijkende ontwikkeling leidt binnen die medische visie tot een aantal waarneembare symptomen – feitelijk: gedragskenmerken.

Omgekeerd gaat men er dus vanuit dat die AD(H)D symptomen een neurologische basis hebben. Deze zouden dan worden veroorzaakt door afwijkende doorbloeding, activiteit in- en verkeer tussen bepaalde hersencellen en -gebieden. Bovendien gaat men ervan uit dat deze stoornis in hoge mate erfelijk is. ADD (voor het gemak) blijkt immers op de een of andere manier over generaties heen doorgegeven te worden.

Naar een ontwikkelingsperspectief

Helaas voedt deze op zich neutrale kijk op ADD een nogal stigmatiserende en deterministische – medische – benadering. Zowel van ADD zelf als van de mensen die het betreft. Alsof het een soort ‘genetische afwijking’ betreft, of als een biochemische handicap in de hersenen. Die dan met medicatie (en gedragsaanpassingen) geneutraliseerd kan worden. Het effect daarvan is, dat mensen gaan denken dat zij geestelijk ziek of gebrekkig zijn. Zich moeten aanpassen. En levenslang afhankelijk zullen zijn van medicijnen om ‘normaal’ te kunnen zijn.

In andere artikelen heb ik al eerder afstand genomen van zo’n standpunt. Wat een feest dan om in Maté zo’n vurig medestander te vinden. Een overtuigende medestander ook nog eens, omdat hij met een samenhangende en wetenschappelijke onderbouwing komt. Een onderbouwing die mij ook nog eens drie waardevolle puzzelstukjes biedt: heldere inzichten in hoe ADD:

  • gelijktijdig neurologisch èn psychologisch tot ontwikkeling komt in een kind – vanuit een trauma;
  • zich vervolgens ontwikkelt tot een ‘afwijkend’, maar consistent patroon van psychische beleving van jezelf en de wereld;
  • geheeld kan worden door een proces van er op een bepaalde, liefdevolle manier voor jezelf te leren zijn.

Nog belangrijker is, dat deze visie en onderbouwing, ook deze puzzelstukjes, volledig in lijn liggen met een breed geaccepteerde psychologische visie op mens-wording (de objectrelatietheorie). Vanuit die theorie gaat opgroeien onvermijdelijk (en onbedoeld) gepaard met enige vorm van strijd, lijden en verwonding (trauma). Simpelweg omdat ouders niet perfect zijn. En in spirituele termen: geestelijke groei door het leren verdragen (en transformeren) van (de impact van dat) lijden. De ramp, die in dit geval ADD heet, te leren herkennen als kans.

Zicht op heling

Vanuit die visie is ADD niet iets wat je overkomen is en je voor altijd beperkt. Wat je tot aan de dood onveranderlijk met je mee moet dragen. Ieder mens, met wat voor psychische problemen je ook opgegroeid bent, kan daar in principe overheen groeien. Kan een vollediger mens worden, heel worden. Ook als het oorspronkelijke trauma bepaalde met ADD in verband gebrachte gevolgen had voor hoe het toegaat in je hoofd. Om Maté maar eens te citeren:

“Even if in many cases medications do help, the healing ADD calls for is not a process of recovery from some illness. It is a process of becoming whole – which, it so happens, is the original sense of the word healing. […] I do not see it as a fixed, inherited brain disorder but as a physiological consequence of life in a particular environment, in a particular culture.” (Gabor Maté, p7)

Hoe aannemelijk is de mogelijkheid van heling?

Een belangrijke aanwijzing daarvoor is dat de symptomen van ADD in hoge mate situationeel zijn. Zo is bekend dat dezelfde ADD kinderen die zich in de ene klas nauwelijks kunnen handhaven (of gehandhaafd kunnen worden), zich best heel goed kunnen concentreren in een andere klas. Het verschil zit dan in die juf bij wie zij zich veilig en gezien voelen, èchte aandacht voor ze heeft.

Ook blijkt een belangrijk deel van de kinderen met ADD er gedurende hun adolescentie overheen te kunnen groeien. Dusdanig tenminste dat zij er als volwassene geen last meer van hebben. Mits zij daar gedurende hun jeugd voldoende bij ondersteund werden. Met opnieuw èchte aandacht en ruimte om te groeien in wie zij zijn.

Maar ook met je 25e is het nog niet gedaan. Al eerder gaf ik aan, en Maté hamert daar ook op: dat onze hersenen tot op hoge leeftijd het vermogen hebben om zich aan te passen en te herstellen. Neuroplasticiteit heet dat. Zie daarover ook mijn eerdere artikel ADD en de kracht van Unfocus. Sterker nog: ADD zèlf is een voorbeeld van neuroplasticiteit: aanpassing aan een stressvolle situatie (zoals verderop blijkt).

Hooggevoeligheid

Laten we het eerste puzzelstukje even uitdiepen. Volgens Maté is de enige echte (voor ADD relevante) aangeboren ‘afwijking’ van mensen met ADD een uitzonderlijke gevoeligheid. Dat herken ik. Dat geldt op de eerste plaats voor zintuiglijke waarnemingen, indrukken en gevoelens. Daarnaast vertonen kinderen met ADD die hooggevoeligheid ook op lichamelijk vlak. Zo blijken zij vaak ook gevoeliger te zijn voor prikkelende stoffen (allergieën, eczeem), infecties (griep, verkoudheid) en verkrampingen (darmkramp, astma) in hun lichaam.

Deze gevoeligheid – het synoniem sensitief wijst daar al op – heeft natuurlijk ook een neurologisch aspect. Hooggevoeligheid maakt deze kinderen, met name op zeer jonge leeftijd, extra gevoelig voor stress. Toch ontwikkelt niet ieder hooggevoelig kind ook daadwerkelijk ADD. En daar komt de invloed van omgeving en opvoeding in het spel – en met name de invloed die stress en zijn antigif (beschermende, stimulerende aandacht) hebben.

De verstorende factor Stress

Maté maakt aannemelijk dat de aanzet tot het ontwikkelen van ADD – in psychologische èn neurologische zin – gegeven wordt door blootstelling aan een te hoge dosis stress op zeer jonge leeftijd. Op een leeftijd waarop de hersenen van het kind volop in ontwikkeling zijn. De nadruk ligt daarbij op de prenatale fase (in de baarmoeder) en eerste drie levensjaren.

Dermate jonge kinderen zijn met name gevoelig voor schadelijke stress op momenten waarop normaliter massaal nieuwe hersencellen en -verbindingen aangemaakt worden. Om een indruk te geven: in het eerste levensjaar worden nieuwe hersenverbindingen bij vlagen met een snelheid van wel 3 miljard per seconde aangelegd! Dan is het niet moeilijk voorstelbaar hoe makkelijk er dan ‘weeffouten’ kunnen ontstaan.

Vitamine Aandacht

Een dergelijke explosieve ontwikkeling vindt bij uitstek plaats in het intieme oogcontact tussen kind en primaire verzorg(st)er(s). In eerste instantie zal dat veelal de moeder zijn, maar het kan ieder zijn met wie het kind een intense relatie heeft. Dus ook de vader, een oppas opa, pleegouder, verzorger, broertje of zusje. Essentieel is dat er sprake is van een intieme en persoonlijke band, met liefdevolle communicatie met en oprechte aandacht voor het kind als persoon.

Op zulke momenten voelt het kind zich prettig uitgedaagd, geprikkeld, en brengt het het kind tot ontspannen lachen. ‘Onder water’ wordt het tegelijk letterlijk ‘geprogrammeerd’ tot een zich ontvouwend, open en gevoelig wezen. Zulk contact doet tegelijk ook een golf aan beloningsstofjes vrijkomen, dopamine en endorfinen. Deze stofjes stimuleren de razendsnelle ontwikkeling van nieuwe hersenverbindingen.

Je zou kunnen zeggen, dat het kleine kind niet alleen groeit door melk te drinken aan de moederborst. Het groeit in neurologische en psychische zin juist ook door te drinken aan de ogen van moeder (vader, etc.). Dan leert het relaties te leggen – en zenuwcellen te verbinden.

Het mag duidelijk zijn, dat bij hoog-sensitieve kinderen, zoals mensen met ADD nu eenmaal begonnen zijn, er gedurende deze momenten van intiem bedoeld oogcontact, sprake is van een extra verhoogde gevoeligheid.

Stressfactoren

Die extra gevoeligheid geldt dan juist ook voor verstoring en stress, wat kan leiden tot een traumatiserend (verwondend) moment. Dat kan komen doordat:

  • de moeder(figuur) in dat contact feitelijk niet bij het kind als persoon is, maar daarin zelf indringend troost en bevestiging bij het kind zoekt. Het gevolg is, dat het kind zich op zo’n moment niet gezien voelt, wat zeer verontrustend en pijnlijk kan zijn voor het kind. Bovendien zal een kind normaal gesproken regelmatig zelf de ogen afwenden, omdat zijn zenuwstelsel te gevoelig is om doorlopend via oogcontact geprikkeld te worden. Wordt het dan ook nog eens voortdurend gepord om dat contact ten behoeve van de moeder(figuur) in stand te houden, dan raakt het uitgeput – moet het zich wel anderszins uitschakelen.
  • de moeder(figuur) in dat contact geplaagd wordt door afleidende gedachten en emoties, vooral als zij zelf zeer gespannen is. De blik is dan een soort leeg of vervuld van stress die niets met het kind van doen heeft. Ook dat is buitengewoon verwarrend en verontrustend voor het kind, die de gevoelde stress niet kàn begrijpen maar wel als zeer intens beleeft.
  • de algehele sfeer rond moeder(figuur) en kind in brede zin gekenmerkt wordt door spanning en stress, zoals herhaaldelijke verhuizingen, ziekte, gebrek en armoede, huiselijk of oorlogsgeweld, drukte en lawaai, schreeuwen.
  • er sprake is van een algeheel gebrek aan of plotselinge afname van aandacht voor het kind door de moeder(figuur), zoals de geboorte van een broertje of zusje of door ziekte van dat kind of van de moeder(figuur). Denk ook aan couveusekinderen of kinderen die op jonge leeftijd (tijdelijk) worden afgestaan.

Zo betekent ADD dus eigenlijk, in de woorden van Maté: verwarring als gevolg van een tekort aan (èchte) aandacht.

Negatieve versmelting

In aanvulling op Maté: op spiritueel-essentieel niveau kan er daarbij ook nog sprake zijn van wat A.H. Almaas ‘negatieve versmelting’ noemt. Tijdens de symbiotische fase in de ontwikkeling van het kind, van (en al vóór) de geboorte tot 6 maanden, zijn moeder en kind psychisch één. Voor het kind is er dan geen onderscheid tussen eigen gevoelens en gedachten en die van de moeder (en tot op zekere hoogte direct of indirect ook van de vader), die feilloos worden aangevoeld. Dat kunnen ook negatieve emoties, angsten en trauma’s zijn. Ook die worden in deze fase gedeeld.

Ook als de symbiose voorbij is en het kind individualiseert kunnen aspecten van deze negatieve bewustzijnsinhouden in de psyche van het kind voortbestaan. Fysiek worden zij opgeslagen in het limbische systeem, vanzelfsprekend zonder relatie met daadwerkelijke eigen ervaringen, bewoordingen en ego-bewustzijn. Zolang zij onbewust blijven sturen zij van daaruit levenslang de gedachten, emoties en gedragingen van het kind bij en worden de inhouden ervan uitgeprojecteerd op de omgeving – en vooral op mensen die een ‘ouderlijke macht’ worden toegekend. In bredere zin is het bepalend voor hoe relaties met anderen en ‘het andere’ worden ervaren en aangegaan.

Almaas stelt dan ook:

“Negatieve versmelting is een invloedrijke kracht binnen de persoonlijkheid. Ze is de kern van het lijden, de basis en de brandstof voor alle emotionele conflicten, van alle negatieve objectrelaties. Ze bevindt zich in de diepste kern van het onbewuste, in de versmolten representaties, en manifesteert zich in de meer oppervlakkige lagen van de persoonlijkheid als de verschillende conflicten en stoornissen die kenmerkend zijn voor de latere stadia van de ontwikkeling van het ego.” De Parel van Essentie, p.301ff.

Onbedoeld fout – spontaan weer goed

Let op, dergelijke situaties zijn vaak nauwelijks de ouders te verwijten. Het vindt veelal onbedoeld en zelfs onbewust plaats, of simpelweg omdat de ouders vanuit hun opvoeding bepaalde patronen en psychosociale problemen hebben meegenomen.

In situaties waarin er in het algemeen wèl veel aandacht voor elkaar is, worden dergelijke verwondingen ook vaak meer dan goed gemaakt. Doordat het kind in latere jaren alsnog meer dan voldoende echte aandacht krijgt, bijvoorbeeld.

Vaak ook niet: een cascade van effecten

Maar als de psychosociale situatie langdurig stressvol is, of als ouders langdurig afgeleid worden van echt contact, dan kan dat herstel zomaar uitblijven. De stress die zich hierdoor opbouwt en de interacties die daarop spelen tussen moeder(figuur) en kind en binnen het kind brengen dan een cascade aan psychologische effecten te weeg. En dan komen we op het tweede puzzelstukje van Maté. Hij legt namelijk een herkenbaar logisch verband tussen al deze effecten. De typische beleving van jezelf en van de wereld die we vooral van binnenuit herkennen in de symptomen van ADD.

  • In het door de moeder fysiek of mentaal/emotioneel afwenden van de blik, in haar indringende of juist afwezige of stressvolle ogen, ervaart het kind contactloosheid, afwijzing en intense verlatingsangst.
  • Dit roept allerlei processen op om alsnog de liefdevolle aandacht van de moeder terug te winnen (extra lief zijn, ultiem aanpassen, pleasen), de moeder te dwingen (boos worden) of de pijn te vermijden (dissociatie, ‘wegdromen’).
  • In het wegdromen zijn op dieper psychologisch niveau deze processen herkenbaar. Er ligt zorgelijkheid over de relatie, angst voor verlating of afgewezen worden, schuld- en schaamtegevoel, aan ten grondslag.
  • Tegelijk kan er een wanhopig bevechten van autonomie zijn, in de vorm van wat Maté ‘counterwill’ (obstinaatheid) noemt – eigenlijk een schreeuw om ècht gehoord te worden;
  • Vaker nog ontstaat er een patroon waarbij het kind de eigen authentieke gevoelens leert onderdrukken ten behoeve van wat er in de verwrongen relatie ‘noodzakelijk’ is: geen last veroorzaken, lief zijn, of juist overmatig (èchte) aandacht vragen.

Zelfbeeld

Het enige gevoel dat permanent nog (maar op de achtergrond) voelbaar, is de hunkering naar èchte aandacht – en de pijn die niet te krijgen, of èrger.

Het gevolg is dat het kind (en de volwassene) niet of nauwelijks bewust in verbinding is met (vrije bewustzijn heeft op) de eigen gevoelens en behoeften. Misschien wel oppervlakkig, maar niet wat er op enige diepte echt speelt. En er tegelijk wel door wordt beheerst. Er is teveel focus op wat de ander zou kunnen voelen en willen, en teveel vrees voor de innerlijke emotionele uitwerking van contactloosheid, mocht die echt gevoeld gaan worden. Dit resulteert in een beperkt zelfbeeld (‘sense of self’) en een onvermogen emoties te reguleren. Die zwalken dan ook ongehinderd heen en weer.

Coping

De keten aan psychologische effecten en reacties, zelfs die van het hele jonge kind, kunnen heel goed begrepen worden als een (vaak onbeholpen) manier om met de beleefde stress om te gaan. Dat geldt óók voor de afwijkende en deels achterblijvende neurologische ontwikkeling van het kind. Het is dus niet iets wat het kind alleen maar overkomt. Het ‘uit’ gaan bijvoorbeeld zal vaak nog de enige manier zijn om aan de stressvolle situatie te ontkomen. Als deze route maar herhaaldelijk genomen wordt, dan ontstaan er vanzelf neurologische olifantspaadjes, vluchtroutes, in het brein. Hierdoor wordt vluchten steeds makkelijker – en uiteindelijk een automatisme.

Gevolgschade

Al deze effecten worden versterkt door hooggevoeligheid, juist ook van het stress-systeem. Bovendien beginnen gedurende de jeugd de beperkingen die met ADD verbonden zijn het functioneren en de sociale bedding steeds meer te belasten. Denk hierbij aan de negatieve bejegening die kinderen (en volwassenen) met ADD bijna dagelijks ten deel vallen. Dit is was Cathelijne Wildervanck (in haar boek “ADHD, Hoe haal je het uit je hoofd” – ook een aanrader) gevolgschade noemt.

Als gevolg hiervan ontwikkelt het kind een patroon van voortdurende zelftwijfel. Daarachter gaast een gevoeligheid voor schuld- en schaamtegevoelens schuil, en een knagende angst voor verlating en afwijzing. Van daaruit zijn allerlei specifieke problemen waar mensen met ADD meer dan anderen mee te maken hebben, heel goed verklaarbaar.

Hoe ADD-specifiek is dit?

Ten dele zijn deze effecten generiek, dat wil zeggen, helemaal niet specifiek voor ADD. Ook bij heel veel andere psychische problemen komen vergelijkbare processen voor. Het bijzondere alleen is a) de link met hooggevoeligheid, b) de link met aandacht. Niet gek voor een ‘stoornis’ waar aandacht de kern van vormt.

Om meerdere redenen is het zinvol om wat langer stil te staan bij hoe ‘gewoon’ (helaas), bijna wetmatig, dit patroon van ADD-ontvouwing in de pas loopt met de neurose die ieder mens meemaakt. De belangrijkste is: het brengt het proces van heling ook zoveel dichter bij wat feitelijk voor ieder proces van geestelijke groei (over je neurose heen – naar mens-wording) geldt. En maakt heling daarbij realistisch en haalbaar.

Strategisch en teruggetrokken zelf

In de manier waarop Maté deze cascade van psychische processen beschrijft herkennen we wat in de Zijnsoriënteerde psychologie de splitsing wordt genoemd: van het authentieke zelf in een strategisch en een teruggetrokken deel.

  • het teruggetrokken zelf is het deel dat pijn en afwijzing heeft ervaren. Bij ADD: het deel dat geleden heeft door het gebrek aan èchte aandacht. Dat zich, met alle kwaliteiten en gevoelens die hiermee verbonden zijn teruggetrokken heeft – ook uit ons bewustzijn – om verdere kwetsing te voorkomen. We noemen deze delen ook wel weeskinderen – verweesde, geïsoleerde delen van onszelf die we beschermen door ze terug te trekken en uiteindelijk weg te stoppen. Zij laten een gat, een leegte, in ons achter, dat verbonden is met het fundamentele (onderbuik-) gevoel verlaten te zijn, niet gezien te worden. Om dat teruggetrokken zelf heen trekken we een muur om ons heen op, om ons te beschermen:
  • het strategische zelf. Daarin trekken we onze vermogens en gedragingen samen waarmee we ons immuun denken te maken voor pijn, deze kunnen voorkomen, verzachten of verdoven. Maar ook waarmee we alsnog liefde en erkenning denken te kunnen krijgen die we gemist hebben. Denk hierbij aan gedrag om de ander eindeloos ter wille te zijn (pleasen), ons best te doen (perfectionisme), geen last te veroorzaken. Maar ook gedrag waarmee we denken alsnog als individu gezien te worden: door obstinaat te zijn, ons krampachtig als bijzonder en apart willen opstellen. Alles wat lijkt op hechting en binding af te wijzen.

Tot op enig moment het strategisch zelf grondig en definitief faalt – en we alsnog door de knieën gaan. Tot de ramp gebeurt en we in de leegte – de verlating, de afwijzing – vallen.

De ramp van een inherent zwak strategisch zelf

De aard van ADD is, dat dit strategische zelf ook nog eens constant in de wielen wordt gereden door de instabiele neurologische basis ervan. Mensen die echt last hebben van hun ADD, hebben hierdoor het gevoel voortdurend aan de rand van hun eigen ravijn te lopen. Hun strategische zelf – hun ‘sense of self’ zoals Maté het noemt – is zo fragiel dat het niet of nauwelijks bescherming biedt, hoe hard men ook zijn best doet. Blokkades, black-outs of emotionele uitbarstingen maken daardoor permanent deel uit van hun leven.

De opdracht: een bezield en zich verwerkelijkend persoon worden

Heling betekent dan ook het op de eerste plaats ‘helen’ van het zelfbeeld, de ‘sense of self’. Zo ook bij Maté. Dat is niet hetzelfde als het stutten van het strategisch zelf, maar echte heel-wording. In Zijnsgeoriënteerde bewoordingen betekent dat: heling van het authentieke ‘vrije’ zelf. Worden wie je ten diepste (bedoeld) bent.

Maté vult dat nader in als: de ontwikkeling van het vermogen tot emotionele zelf-regulatie en intrinsieke motivatie, individuatie (zelfvertrouwen, zelfbewustzijn; het vermogen een individu, een persoon te zijn) en zelfactualisatie (zelf-verwerkelijking). Alle drie essentiële elementen van zelfbevrijding.

Kortom: in Maté’s benadering herkennen we een generiek proces van zelfbevrijding en spirituele groei. Een pad dat bij ADD in het bijzonder geplaveid is met èchte aandacht. Liefdevolle aandacht voor jezelf. Dit raakt natuurlijk treffend wat ik altijd al intuïtief als insteek genomen heb, waarbij de nadruk ligt op zelf-acceptatie, zelfliefde en zelfwaardering. Het belang en de implicaties daarvan worden vanzelf duidelijk als we zijn insteek verder uitdiepen.

De vier self-parenting duties

De sleutel tot heling ligt voor Maté in een houding en groeiend vermogen tot ‘self-parenting’, liefdevol ouderschap naar jezelf. Deze werkt hij uit in een viertal ‘self-parenting duties’ – dingen die je moet leren of doen om je aan je eigen haren uit het moeras te trekken:

  • Compassievolle nieuwsgierigheid in het zoeken naar zelfinzicht
  • Zelfacceptatie: het kunnen verdragen van schuld en angst/stress
  • Jezelf niet afwijzen voor waar je staat op het pad naar heling
  • De hulp van een gids/begeleider inroepen: psychotherapie of counseling

De crux ligt op de eerste twee. Zij bieden een benadering die op essentiële punten aansluit bij het zelfbevrijdingsproces dat we in allerlei spirituele en humanistisch-psychologische benaderingen tegenkomen. Zoals bij de insteek die ik voorsta, gebaseerd op Zijnsoriëntatie.

1. Compassievolle nieuwsgierigheid in het zoeken naar zelfinzicht

Wat er op de eerste plaats nodig is, is het verlangen om te kunnen accepteren wie en hoe je bent, op ieder moment. Dat vraagt de moed om eerlijk naar je zelf te kijken, de vaardigheden te ontwikkelen tot het verdiepen van je zelfinzicht.

Met het laatste bedoelt hij vooral:

  • Het vermogen om te bemerken dat je kritisch, (ver)oordelend commentaar op jezelf levert; te bemerken als angst bezit van je neemt; te bemerken dat je gedrag niet overeenkomt met je lange termijn doelen. En vervolgens: bemerken èn vragen wat de betekenis hiervan is, wat wil er eigenlijk gezegd, ervaren, gehoord worden.
  • Het leren accepteren van de waargenomen emoties, ervoor open gaan staan (dat je bang of boos bent, bijvoorbeeld). Jezelf bevragen op een toon van meelevende nieuwsgierigheid – zoals je een kind bevraagt wat er aan de hand is.
  • En ook: bemerken als dat niet zo is, dat je jezelf toch weer een verhoor afneemt, veroordeelt. En je alsnog je hart kunt openen voor jezelf.

2. Zelfacceptatie: het kunnen verdragen van schuld en angst

De tweede belangrijke vaardigheid is het kunnen loslaten van een geconditioneerde houding ten opzichte van je emotiestroom. Daarbij gaat het vooral om de neiging om bepaalde emoties en pijn weg te drukken, te stoppen of ervan weg te lopen. Het betekent het kunnen verdragen van je pijn en van je emoties precies zoals ze zijn, ook van die waarbij je je niet comfortabel voelt.

Dat geldt in het bijzonder voor gevoelens van schuld en schaamte. Kenmerkend voor mensen met ADD is dat zij meer dan anderen permanent geplaagd worden door schuldgevoel. Dit vindt zijn grond in het ervaren van het emotioneel afwenden van de ogen van de moeder als een persoonlijk verwijt aan hun adres. Een verwijt van fundamenteel tekortschieten dat, zo voelt het, nog steeds geldt. Hierdoor zijn schuldmechanismen vaak zo ingesleten dat het psychisch geen verschil maakt of er feitelijke fouten in het hier en nu worden verweten of voorkomen, of dat er sprake is van zelfveroordeling vanuit oude patronen (‘je bent een egoïst’).

Door je open te stellen voor je schuldgevoelens wordt het mogelijk inzicht te krijgen in (en contact te maken met) de gevoelens en behoeften van het authentieke zelf die erdoor weggedrukt worden.

Hetzelfde geldt voor angst om jezelf te laten gelden. Je, in een moment van blokkade of dissociatie bijvoorbeeld, bewust worden dat je bang bent – voor kwetsing, voor afwijzing, voor verlating – stelt je in staat te onderkennen wat er eigenlijk in je gezien wil worden, wat zich eigenlijk wil manifesteren.

Hoe sluit Zijnsoriëntatie hier mogelijk op aan?

In een spiritueel-psychologische benadering van ‘groei door lijden’ is wat Maté self-parenting noemt een essentiële fase. Een essentieel spoor langs welke je aan jezelf moet werken. Net als Maté betekent dat niet: je oeverloos verdiepen in het oorspronkelijke trauma, herleven van hoe de gevolgschade zich heeft opgebouwd, etc.. Het begint bij de gevoelens, de kwesties, het zelf- en wereldbeeld dat je nu hebt. Verzoening met jouw draak, jouw weeskinderen – nu. Zelfbevrijding door overgave aan wat er nu is. Het is …

“[…] een pad van ontspannen in onszelf, ook waar dat ontspannen het voelen en onder ogen zien van oude of nieuwe pijn en teleurstellingen met zich meebrengt. Dan gaan we het leven zien als een zuiveringsweg en dat pijn en “afzien” een noodzakelijk voorwaarde zijn voor het volle leven.” Chris Kersten, Centrum Zijnsorientatie

Het is echter méér. Het gaat er niet om ‘normaal’ te worden. Het is een pad dat gericht is op bevrijding van het Kostbare in ons, dat door ons in de wereld wil zijn. En zich verborgen houdt in juist datgene dat ons pijn doet. Daar gaat daarom nog wel het een en ander aan vooraf èn het beperkt zich niet tot ‘alleen’ dit niveau van heling.

Vier episodes, één “queeste”

In de invulling hiervan voor de begeleiding bij ADD (maar ook bij burn-out overigens) hanteer ik vier ‘werksporen’ of ‘episodes’. Deze vier sporen worden deels parallel en deels achtereenvolgens (op elkaar voortbouwend) ingevuld. Ingevuld met wat er op dat punt in het helingsproces noodzakelijk is.

Deze heb ik al eerder op verschillende manieren onder woorden gebracht, maar deze keer kies ik voor één die in het bijzonder de creatieve geest van mensen met ADD moet aanspreken: die van de queeste – de epische zoektocht van middeleeuwse ridderverhalen. Denk bijvoorbeeld aan Parsifal en de queeste naar de Heilige Graal. Ik geloof namelijk in de helende kracht van het verhaal, van de verbeeldingskracht. Heling dus als epische zoektocht naar wie je ten diepste bedoeld bent te zijn. Om van daaruit te gaan leven.

Een queeste is een zoektocht; in het bijzonder een zoektocht die het karakter heeft van een levenstaak. In verhalen gaat het veelal om een avontuurlijke, lange reis met grote hindernissen die de hoofdpersoon moet zien te overwinnen, al dan niet met hulp. Obstakels zoals wilde rivieren of andere natuurfenomenen, vijanden en monsters zijn standaardingrediënten. […] In dergelijke verhalen kan de queeste vaak ook gezien worden als een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, die door de zoekers wordt gevonden door de ervaringen die ze in het voorbijgaan opdoen. Bron: Wikipedia.

De Queeste naar Heling

Zonder nu al te diep op het pad naar heling in te gaan, wil ik wel graag een schets op hoofdlijnen geven. Het begint natuurlijk met episode 1: de uitdaging, de moeilijke uitgangssituatie. Daarna volgen:

  • Het klaar maken voor de reis (en daadwerkelijk op reis gaan);
  • De draak verslaan, baden in zijn bloed en de geofferde kinderen bevrijden;
  • Dingen naar de hand van de prins(es) – trouwen met de Innerlijke Geliefde;
  • Het koninkrijk tot bloei brengen, de levenskunst beheersen.

Het mag duidelijk zijn dat bullet 2 treffende overeenkomsten vertoont met de genoemde self-parenting duties van Maté. Daar gaat dus nog een episode aan vooraf:

Klaarmaken

Klaarmaken voor de reis vraagt lichamelijke kracht, vaardigheden in de omgang met wapens, paard, kaart lezen, meenemen van proviand, etc.

Het is niet moeilijk je voor te stellen dat je je, voor het aangaan van de heling of transformatie die je zoekt, jezelf ook in een verhoogde staat van paraatheid moet brengen. Wakkerte zou Hans Knibbe het noemen, maar tegelijk ook een verhoogde staat van ontspanning. Een van liefdevolle èchte aandacht dus: voor je lichaam, je gevoelens, je energieniveau. Het vermogen om rust te kunnen brengen in je hoofd. Het vermogen je aandacht ergens ruim en ontspannen op te kunnen richten: met name op je binnenwereld.

De Draak

Vanuit die verhoogde staat van paraatheid kunnen we volgende fase dieper in, om de draak te verslaan. Na afloop baden we in diens bloed (net als Siegfried uit het Nibelungenlied) en bevrijden we de geofferde kinderen.

Dat doen we niet met gewelddadig of suggestief weg- en onderdrukken. Dat doet de draak alleen maar meerkoppiger worden. We richten daarom een zwaard van liefdevolle aandacht op het hart van de draak/daken in ons. De heftige emoties die vaak onder onze onrust, zorgelijkheid, please-gedrag, etc. schuil gaan. En soms bezit van ons nemen. Denk aan het heftige zelfverwijt, de verlatingsangst, het gevoel tekort te schieten, buitengesloten te worden, de woede over onrecht. Het is niet moeilijk hierin de self-parenting duties van Maté te herkennen.

In deze fase leren we er rustig bij te blijven terwijl we de draak laten razen. En daarbij ook: er vooral te zijn voor het deel in onszelf daaronder dat het moeilijk heeft. Het ‘weeskind’ dat even/nooit gezien is, al decennia in een kelder weggestopt heeft gezeten. Geofferd om het kwaad te bezweren. Als dat vrijkomt werkt het als het drakenbloed: het maakt ons sterker, veerkrachtiger. Helpt ons onze gevoelens in al hun kracht en kleurigheid te beleven èn te reguleren. Meer meesterschap te hebben over hoe we zijn – vanuit wie wij zijn.

De Geliefde

Voor dat laatste gaan we in de vierde episode een stapje verder: dingen we naar de hand van de Prins(es) – de Innerlijke Geliefde. Zie hem/haar als het spirituele wezen dat door ons zijn/haar menselijke ervaring heeft, van waaruit wij leven. Van waaruit wij leven om belangrijke levenslessen te leren en werkelijk te worden wie wij ten diepste zijn. We gebruiken visualisaties om ons deze Gestalte voor te stellen en dichterbij te komen, en uiteindelijk met hem/haar samen te vallen. Zo ervaren we hoe het is een individu te zijn – letterlijk: ondeelbaar, héél te zijn.

Eén in liefdevolheid naar onszelf toe en in relatie met de wereld. Een natuurlijker en vrijer mens, hert leuke mens dat je van nature gewoon bent. Een uniek en afgerond wezen met in de kern het Kostbare dat door ons in de wereld wil zijn.

Tot bloei brengen

In de laatste episode beërven en bestieren de held(in) het koninkrijk: de rest van het leven. We verzoenen ons hier met het leven. Leren levenskunst, omgaan met moeilijke situaties, want die blijven komen. We leren ook ons zelf zelf ter hand te nemen. Te doen wat we ècht willen. Zelfleiderschap. Dit is wat (ook door Maté) zelfactualisatie wordt genoemd, als derde aspect van heling.

Tot slot, wat is de heling die we dan mogen verwachten?

Maté maakt meer dan aannemelijk dat ADD voortkomt uit een vroegkinderlijk trauma. Ook maakt hij duidelijk dat ADD in neurologische en psychologische zin te helen is. Het is dan belangrijk om helder en realistisch te zijn in wat heling betekent.

Zeker als volwassene zal het moeite (en veel zelfbeoefening) kosten om controle te krijgen over je hoofd, je aandacht, je stressreacties, lastige gevoelens en impulsen. Juist door te ontspannen. Hoe plastisch onze hersenen ook zijn en hoe succesvol we ook werken aan mindfulness, zelf-regulatie en zelfreflectie. Wèl leren we daar steeds beter mee om te gaan, echt constructief en liefdevol voor en bij onszelf te zijn. Langzaam kunnen zo de olifantspaadjes die we daarin inslaan uitgroeien tot nieuwe wegen in onszelf.

In die heling zijn drie aspecten te onderscheiden, in de vorm van drie essentiële vermogens:

  • tot emotionele zelf-regulatie – door acceptatie van je gevoelens en inzicht in hoe je bent wie je bent, voelt wat je voelt, doet wat je doet;
  • trouw te blijven aan jezelf in een hogere spirituele zin, jezelf als zodanig lief te hebben en van daaruit natuurlijk en open in het leven te staan;
  • het leven zo gestalte te geven dat je volledig tot je recht kunt komen en zo de wereld om je heen tot bloei te brengen.

De basis hiervoor ligt misschien juist wel in de kwaliteiten die gegrondvest zijn in onze gevoeligheid en in de extra zenuwbanen en vaardigheden die we ontwikkeld hebben in reactie op wat ons overkomen is. Tot uitdrukking komend in onze creativiteit, humor, non-lineair denken, empathie, hyperfocus en unfocus, compromisloze intrinsieke motivatie, speelsheid. En niet te vergeten: onze verbeeldingskracht.

© Gerphil Kerkhof | november 2019

 


Tot slot

Ik raad je zeker aan om het boek van Maté te lezen. De volledige titelbeschrijving luidt: Gabor Maté: Scattered Minds. The Origins and Healing of Attention Deficit Disorder. Londen, Vermilion Publishers, 2019. Is Engels te lastig voor je, dan heb ik een Nederlandse samenvatting in 20 pagina’s voor je. Stuur mij maar een email.

Heb je zelf ADD of vermoed je dat? En ben je mede naar aanleiding van dit artikel, andere artikelen van mij over het onderwerp of mijn pagina over AD(H)D coaching, benieuwd wat ik jou zou kunnen bieden in termen van zelf-acceptatie, zelfliefde en zelfvertrouwen? Vraag dan een afspraak aan voor een kennismakingsgesprek.

Geen artikel meer willen missen? Abonneer je dan op mijn tweemaandelijkse Nieuwsbrief.