Een integrale kijk op burn-out is meer dan ooit nodig. Zo wordt burn-out in Nederland, en met name door werkgevers en hun vertegenwoordigers, nog teveel bezien als een persoonlijk drama. Eén waaraan een bepaalde persoonlijkheidsstructuur ten grondslag zou liggen, die mensen te veeleisend naar zichzelf toe zou maken.

Tegelijk wordt burn-out gezien als een uitvloeisel van een groeiende werkdruk in een drukker wordende maatschappij. Iets waaraan ‘nu eenmaal’ weinig te doen zou zijn, sommigen ‘nu eenmaal’ niet zonder aanpassingen mee kunnen komen. En dus blijft de benadering vaak beperkt tot ‘mindfulness’ ter voorkoming – en begeleid ‘bijkomen’, gedragsaanpassing en reïntegratie als remedie.

Verder kijken dan de persoonlijke neus lang is

Een integrale kijk kan niet beperkt blijven tot een dergelijke optelsom, waarin de persoonlijke tekortkoming eigenlijk centraal staat. Enerzijds, omdat de verklaring onbevredigend is: de stress- en burn-out problematiek wordt steeds ernstiger en dat kan niet komen van een toenemend aantal perfectionisten. Anderzijds laat het de verantwoordelijkheid van organisaties (en ook leidinggevenden en collega’s) veel teveel buiten schot. Om maar wat te noemen.

De integrale kijk van de WHO

Een begin van een integrale kijk komt vanuit de Wereld Gezondheids Organisatie WHO. Deze heeft recentelijk burn-out officieel gekenmerkt als een werk-gerelateerde aandoening (ICD-11 – Diagnosis Code Z73.0):

“Burn-out is a syndrome conceptualized as resulting from chronic workplace stress that has not been successfully managed. It is characterized by three dimensions: 1) feelings of energy depletion or exhaustion; 2) increased mental distance from one’s job, or feelings of negativism or cynicism related to one’s job; 3) and reduced professional efficacy. Burn-out refers specifically to phenomena in the occupational context and should not be applied to describe experiences in other areas of life.”

De achtergrond van een burn-out is daarmee typisch een combinatie van:

  • een te hoge ‘daadwerkelijke’ en/of sociaal-psychische workload (wat bijvoorbeeld kan zijn: te weinig autonomie, te weinig mogelijkheden om nog grip te houden op het werk, onduidelijke of conflicterende doelstellingen, te weinig zinbeleving ervaren, zinloos of monotoon werk doen, sociale spanningen of het verlies aan sociale samenhang en support) enerzijds; en
  • persoon-specifieke gedrags- en psychische patronen – zoals ADD – en veelal een uitzonderlijke betrokkenheid.

Een dergelijke combinatie kan iemand dusdanig gevoelig maken voor een groeiende workload of organisatorische veranderingen dat hij niet meer in staat is aan de innerlijke en externe verwachtingen te voldoen, op een manier die voor hem gezond en bevredigend is.

De chronische stress die dan optreedt heeft een exponentieel toenemend ondermijnende uitwerking op alle vlakken van iemands zijn en functioneren. Dit leidt uiteindelijk tot fysieke en emotionele uitputting, ziekte en psychische instabiliteit.

Keten van oorzaak en gevolg

Het plaatje is echter nog breder dan dat. Behalve aan de organisatorische en bedrijfsculturele, medische en psychologische kanten is er ook nog een maatschappelijke en een spirituele kant van de zaak. Daarom begin ik mijn serie artikelen over burn-out met het schetsen van de contouren van de gehele keten van oorzaak en gevolg van burn-out. Om van daaruit in afzonderlijke artikelen de verschillende schakels nader uit te werken.

een integrale kijk op burn-out

Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een integrale kijk op burn-out en van daaruit een ‘totaalbenadering’ die alle aspecten van het probleem adresseert.

Persoonlijkheid versus maatschappelijke context

Analyses van psychologische risicofactoren – hoe mensen psychologisch en qua motivatie in elkaar zitten die in een burn-out raken versus mensen die in vergelijkbare situaties wel ‘gezond’ blijven – zijn zeker nuttig, maar leveren maar één kant van het verhaal op. Waarom neemt de stressbelasting van medewerkers de afgelopen decennia alleen maar toe? En in de slipstream daarvan ook het aantal gevallen van burn-out? Wat zouden de maatschappelijke trends kunnen zijn die hieraan bijdragen?

Organisatorische oorzaken en psychologische basisbehoeften

Vervolgens gaan we in op wat mensen intrinsiek motiveert in hun werk, hen arbeidsvreugde geven. En vervolgens welke factoren ertoe bijdragen dat mensen eerst hun motivatie verliezen, geleidelijk gefrustreerd raken en tenslotte onder permanente stress gaan lijden. Daarbij nemen we een aantal organisatorische oorzaken van burn-out onder de loep. Daarnaast kijken we naar hoe het verloop van de burn-out langs wat we de Helling van Onvrede samenhangt met de mate van betrokkenheid en invloed op veranderingen in werk en organisatie.

Limbische verklaring – stressor theorie

Ook kijken we onder het schedeldak van de aangedane mens. Hoe werkt een gestaag opbouwend stressniveau uit in dat deel van onze hersenen waar ervaringen en emoties worden verwerkt: het limbische systeem. En vervolgens op het stress-systeem en autonome zenuwstelsel van het lichaam. We gaan daarbij uit van een tweetrapsraket. Eerst een gestage ‘sensitisering’ waarbij de geestelijke weerstand afneemt. Ten slotte een traumatische ervaring die de persoon ‘over de rand’ duwt.

Zelfbeeld en Zingeving – van conflict naar transformatie

Parallel aan het opbouwen van stress komt de persoon vaak ook in een zingevingscrisis terecht. Deze crisis kan tot wanhoop en depressie leiden. Of aan een pogen (of verlangen) om aan de situatie te ontsnappen en zingeving ergens anders te vinden. Met het verder afglijden in een full-blown burn-out spitst deze crisis zich verder toe. Tegelijk grijpt de verstoring in het limbische systeem om zich heen. Steeds meer emotiegebieden, maar ook aspecten van de identiteit en het zelfbeeld van de persoon worden uitgedaagd. Dit heeft dramatische gevolgen als dit aspect veronachtzaamd of verdrongen wordt. Maar ook enorme mogelijkheden om tot diepe therapeutische en spirituele bevrijding te komen als dit (fundamenteel spirituele) aspect wèl wordt onderkend.

Bedrijfskundige implicaties

De maatschappelijke en bedrijfseconomische implicaties van de stress-epidemie zijn enorm. Tegelijk biedt een integrale benadering, waarin óók de organisatorische en spirituele kant wordt meegenomen, een enorme potentie voor het verbeteren van de arbeidsvreugde. En ergo de geestelijke gezondheid van werkenden. En niet te vergeten: ook voor het innovatiepotentieel en productiviteit van de economie.

Van integrale kijk naar concreet advies

Tot slot willen wij niet blijven steken in globale analyses. Een integrale kijk moet ook praktisch zijn. Als je tegen een burn-out aan zit of er al middenin zit, dan heb je simpelweg handreikingen nodig. Denk aan hoe je jezelf in eerste instantie op weg helpt (“Eerste Hulp bij Burn-Out“). Hoe je om moet gaan met (en voorsorteren voor) reïntegratie, en met pogingen om je vroegtijdig via mediation de bedrijfspoort uit te duwen.

Ga praten

Lezen is dan uiteindelijk niet genoeg. Ga vooral ook praten. Daarbij denk ik dan op de eerste plaats aan een goede burn-out coach die zelf ook beschikt over een integrale kijk op en benadering van burn-out coaching. Met visie èn ervaringsdeskundigheid.

Neem daarvoor bijvoorbeeld eens contact op met mij. Ik maak graag voor jou en je werkgever een passend aanbod voor een burn-out coaching traject dat wèrkt.

 

(c) Gerphil Kerkhof – februari 2017

 


Volg deze reeks

Dit openingsartikel is het eerste van een lange reeks. Wil je geen episode missen, abonneer je dan op de Nieuwsbrief, die zodra er weer een artikel verschijnt een alert met een korte samenvatting biedt.