Hoe komt het toch dat zoveel mensen met ADD één of meerdere keren in hun leven burn-out raken? Dat veel volwassenen zich er ook pas bewust van worden dat zij ‘AnDDers’ zijn nadat zij burn-out zijn geraakt? En waarom is het relevant te weten dat de hele achtergrond van ADD, net als van ADHD trouwens, óók stress-gerelateerd is?

Nog belangrijker: wat kunnen we met deze wetenschap, om burn-out te voorkomen of te helen? Want — spoiler alert —  tegelijk is het goed te beseffen dat het één niet onontkoombaar hoeft te leiden tot het ander. Het is géén rampzalig duo, geen ‘twee zijden van dezelfde medaille’ (als: ‘brevet van onvermogen’).

 


Drieluik

Dit artikel maakt deel uit van een drieluik, waarin deze vragen centraal staan. Doel is om tot handvatten te komen, hoe beter met de gevoeligheden (voor burn-out) waar ADD mee komt om te kunnen gaan. En zo burn-out te voorkomen, of liever: ‘desondanks’ succes en werkplezier te beleven. Het drieluik is als volgt opgebouwd:

  • In dit eerste deel onderzoeken we de samenhang tussen ADD en burn-out. De innerlijke factoren – hun gemeenschappelijke wortels in stress, stress-respons, trauma-herbeleving, zelfbescherming en coping – die maken dat je extra gevoelig bent.
  • Vervolgens kijken we naar de werk-gerelateerde factoren (‘wakkerliggers’) die maken dat het werk stressvol kan zijn. Waar is dat anders als je ADD hebt?
  • Tot slot gaan we in het afsluitende deel in op wat wèl werkt: wat jij en je werkgever kunnen doen om in je werk het beste uit jezelf omhoog te halen.

 

Doormodderen vanuit ADD-startpositie

Net als de meeste cliënten van mij was ik mij er lange tijd totaal niet van bewust dat ik ADD had. Van de impact die het heeft op hoe ik denk, emoties verwerk, überhaupt werk.

Achteraf weet ik dat ik mijzelf decennia lang bekwaamd heb ik allerlei compensaties om mij zoveel mogelijk als een ‘normaal’ mens door het leven te slaan. Daar was ik toevallig best goed in. De moeilijkheden loste ik grotendeels in mijzelf op. Op eigen kosten, zeg maar.

Op eigen kosten, want ergens wist ik wel, voelde ik, dat mij dat overmatig veel moeite en energie kostte. Mij spanning en onrust opleverde, in mijn hoofd, in mijn lijf. Mij niet echt mijzelf liet zijn. Eenmaal burn-out ervoer ik dat wat ik mijzelf jarenlang aangedaan had, als zelfverraad. Een gevoel dat mij overweldigde – verdrietig èn woedend maakte, óók op mijzelf.

Crisis

Er is helaas vaak een crisis nodig om je daarvan bewust te worden. In eerste instantie zal dat een forse emotionele crisis zijn. Zo’n crisis komt neer op een failliet van hoe je geleerd hebt om door te modderen, te overleven door te overcompenseren. Af te sluiten, te verweren tegen de emotionele druk die je ervaart. Opeens scheurt je masker, verkruimelt de fortificatie die je om je heen opgetrokken hebt.

Zo’n crisis kan een belangrijke emotionele gebeurtenis zijn, zoals heftige relatieproblemen of een scheiding. Het overlijden of ernstige ziekte van een dierbare. Een ingrijpende verhuizing. Maar zeker ook een crisis in je werk – leidend tot een burn-out.

Juist bij burn-out zal die emotionele uitputting, die de kern ervan vormt, ook een spirituele crisis blijken te zijn. Een ‘blessing in disguise‘ die je identiteit, het beeld dat je van jezelf hebt en van wat je leven zinvol maakt, binnenstebuiten keert.

ADD en burn-out

Vooral zo’n burn-out komt bij mensen met ADD (al dan niet met de H van hyperactiviteit) – vaak achteraf gezien – opvallend vaak voor. Reden waarom verzekeraars niet zelden moeilijk doen om ondernemers met ADD te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Anders dan met uitsluitingen voor psychische klachten, zoals burn-out. En vormt (dreigende) burn-out omgekeerd vaak een trigger om te onderzoeken of men AD(H)D heeft.

Juist ADD blijft lange tijd onder de radar, omdat ADD-ers (en ook vrouwen met ADHD) zo op de achtergrond blijven. Zich lange tijd overmatig inspannen om niet teveel op te vallen, zich te voegen of diplomatiek te blijven. Zich als het lastig wordt eerder in zichzelf terug te trekken. Tot dat niet meer gaat.

Het is dan ook best voorstelbaar dat het echte percentage mensen met AD(H)D feitelijk groter is dan de 3,5-5% waar men nu vanuit gaat.

Vragen die zich opdringen zijn dan:

  • Waarom zijn mensen met ADD zo gevoelig om burn-out te raken?
  • Waarom ontdekken mensen juist dankzij hun burn-out dat zij AnDDers zijn?
  • Welke omgevingsfactoren zijn hierop vooral van belang?
  • Waarom je als werkgever desalniettemin juist mensen met ADD zou moeten willen?
  • Wat kan je doen om een (volgende) burn-out te voorkomen?
  • Of beter: op een plezierige manier het beste uit jezelf (en je werknemers) boven halen?

Wat is burn-out eigenlijk?

Alvorens deze vragen te beantwoorden is het zinvol eerst eens stil te staan bij wat burn-out eigenlijk is. Burn-out kan je zien als een ultieme poging van lichaam en geest om aan extreme langdurige stress te ontkomen. De definitie van burn-out is bovendien, dat deze stress vooral werk-gerelateerd is (anders spreken we van emotionele uitputting).

Christina Maslach, de eerste psychologe die burn-out wetenschappelijk onderzocht en beschreven heeft, onderscheidde naast emotionele uitputting twee andere symptomen:

  • afstand nemen van het werk, cliënten, etc. (ook wel: cynisme of depersonalisatie genoemd); respectievelijk
  • gevoelens van onmacht en professioneel tekortkomen, zelftwijfel, twijfel aan eigen kunnen.

Deze drie factoren vormen nog steeds de criteria voor de vaststelling of je burn-out bent of niet. Om burn-out te ‘mogen’ heten zal je, naast emotionele uitputting, tenminste één van deze twee verschijnselen óók in voldoende mate moeten vertonen. Als je deze twee nader bekijkt, dan zijn het allebei eigenlijk manieren om aan de extreme emotionele druk te ontkomen – en zo verdere uitputting te voorkomen.

Cynisme/depersonalisatie

Op de eerste manier – met cynisme of depersonalisatie – doe je dat door je emotioneel en qua bewustzijn terug te trekken. Je te onttrekken aan je betrokkenheid bij de mensen om je heen: je cliënten, klanten, patiënten, collega’s. Soms door een masker van hardheid, agressie of cynisme aan te nemen. Soms ook door in een soort van gevoelloosheid uit je lichaam te treden. Je ontwikkelt een vervreemde(nde) ervaring van je lichaam en van de wereld om je heen.

Twijfel en wanhoop

De tweede manier is een uitdrukking van vervreemding tussen feitelijk functioneren en de innerlijke beleving ervan. Daarbij beginnen mensen ernstig te twijfelen aan hun vermogen of zij hun werk nog wel aan te kunnen. Zich te concentreren, hun kennis en kunde naar behoren in te zetten, alles georganiseerd te houden. Er ontstaat angst om (ernstige) fouten te maken.

Vaak blijkt achteraf dat niemand om hen heen dat door had – zo goed werken de overcompensaties. Van binnen ‘weet’ je echter dat er fouten worden gemaakt, je het werk niet aan kunt. Groeit de vrees dat anderen erachter zullen komen.

Burn-out en je executieve functies

Er is ook een feitelijke reden waarom het werk steeds zwaarder wordt. De groeiende spanning (stress) waaronder gewerkt wordt leidt tot steeds hogere niveaus aan stresshormoon in het lichaam en het brein. De werkzaamheid van je hersenen loopt daardoor terug – je raakt fysiek en mentaal (emotioneel) uitgeput. Tegelijk groeit de inspanning die nodig is om dat ervaren professionele onvermogen en die emotionele weerzin (cynisme) nog langer te maskeren groeit. Zo komt een vicieuze cirkel, of beter: neerwaartse spiraal, op gang.

Er ontstaat steeds meer spanning in je lijf. Dat alarmeert je angstcentrum (amygdala), dat de prefrontale cortex ertoe aanzet om de stressfactoren te zoeken (desnoods te verzinnen) en op te lossen, en zo te overleven. Met name door inschakeling van de ‘executieve functies’. Het zijn deze functies die je laten functioneren in de wereld, in je werk. Die je helpen te plannen, overzicht te houden, te werken met je geheugen, je aandacht te richten. Ook: je emoties te reguleren, ‘verstandig’ te zijn. Dat lukt steeds minder, wat de stress en spanning in lijf en brein steeds verder laat stijgen.

De prefrontale cortex is uiteindelijk nauwelijks meer in staat om dit mechanisme te dempen – en begint te falen. Tegelijk begint het brein vergiftigd te raken met hoge concentraties cortisol (stresshormoon). Je schakelt steeds meer ‘terug’ naar primitievere overlevingsmechanismen: vanuit je reptielenbrein en angstcentrum (amygdala). Om te vechten, te vluchten of te bevriezen. Het overspannen brein gaat in ‘overdrive’.

Uiteindelijk worden deze executieve functies compleet uitgeschakeld. Als een noodrem om fatale ontsporing te voorkomen. Want ja, extreme stress is uiteindelijk dodelijk.

Wat maakt ADD dan extra gevoelig?

Wat maakt ADD (en ADHD) dan juist extra stress- en burn-out gevoelig? Daarvoor moeten we terug naar hoe je als kind AD(H)D ontwikkeld hebt. Modern onderzoek heeft ruimschoots aannemelijk gemaakt dat AD(H)D het gevolg is van een ‘noodgreep’ van het jonge kind om extreme stress te overleven. Een gevolg dus van vroegkinderlijk ontwikkelingstrauma.

Lees voor een uitvoerige onderbouwing vooral Gabor Maté’s boek Het verstrooide brein. Of mijn artikel Echte aandacht – een queeste naar heling bij ADD. waarin ik deze inzichten samenvat. Ook de bekende traumatologen Laurence Heller en Aline LaPierre leggen in hun boek Ontwikkelingstrauma helen (p. 58) een verband tussen ADD/ADHD en vroegkinderlijk ontwikkelingstrauma. Als een uitdrukkingsvorm van Overlevingsstijl Verbinding, opgedaan in de vroegste kindheid.

Het gaat daarbij om de stress die in het bijzonder een hooggevoelig kind ervaart in niet emotioneel afgestemd (oog)contact met een of beide primaire opvoeders. Bijvoorbeeld omdat vmoeder en/of vader zelf gestrest of depressief is – en daardoor niet echt voor het kind beschikbaar is (‘lege ogen’). Of in de ogen van het kind troost of bevestiging zoekt (‘indringende ogen’).

De ervaring die het kind dan doormaakt is er één van acute overweldigende angst voor contactloosheid (leegte, verlatenheid) en/of binnendringen. Voor een idee hoe dat voor een jong kind is, kijk dan eens dit filmpje.

Achterblijvende ontwikkeling

Dit trauma vindt juist plaats in de levensfase waarin de basis – de neurale architectuur, hersencircuits – wordt gelegd voor het vermogen tot emotieverwerking en het besef van een ‘ik’ versus ‘de ander’. Dat wil zeggen, in de periode tussen een half jaar voor je geboorte en de anderhalf jaar daarna.

Het effect is, dat het eerste vermogen (emotieverwerking) hierdoor minder ontwikkeld wordt. Inclusief de hiervoor benodigde Orbitofrontale Cortex (OFC). Het verstoren van de tweede factor (hechting versus onthechting) belast de toch al aangeboren hooggevoeligheid.

Hooggevoeligheid geldt voor zowel externe (zintuiglijke) als interne prikkels (emoties) – inclusief de emoties van anderen. Dat maakt dat het kind toch al moeilijker ‘loskomt’ van de omgeving, inclusief de symbiotische relatie met de moeder. Deze hooggevoeligheid komt óók met ‘hoogreactiviteit’: de emotionele reacties, prikkels, zijn heviger dan bij ‘normaalgevoelige’ kinderen.

Zo raakt ook de basis voor het zich ontwikkelende vermogen tot zelfbewustzijn en zelfsturing (autonomie), de basis voor gezonde relaties, verzwakt.

Ontsnappen door dissociatie

Om aan deze pijnlijke ervaring(en) te ontkomen, kan het kind niet anders dan zich geestelijk aan het ‘contact’ te onttrekken. Te ‘depersonaliseren’, tot aan (herhaaldelijk) op-zwart gaan aan toe. Zo ontwikkelt het kind in zijn hersenen een snelweg naar … dissociatie. Langs precies dezelfde lijnen als bij burn-out:

  • een losmaken uit het (als een aanwezig ‘ik’) in-contact-zijn;
  • een (in eerste instantie compleet) afknijpen van de executieve functies waarmee het in-contact zou kunnen zijn.

Gevolgschade

Deze ontsnappingsroute kan zich gedurende de jeugd dieper en dieper inslijten, dankzij ‘gevolgschade’. Bij uitstek in de leeftijd van 8-12, als het kind juist zijn competenties om te presteren èn vriendjes te maken moet ontwikkelen. En daaraan zelfvertrouwen zou kunnen ontlenen.

Dan blijkt, vanwege het voorgaande, het kind emotioneel en qua belevingswereld langer ‘klein’ te blijven. Èn moeite te hebben om de voor die prestaties benodigde executieve functies adequaat in te zetten. Functies die juist zo gevoelig zijn voor emotionele verstoring. Verstoring vanuit de in het emotiecentrum (limbische systeem) weggestopte angstig/onzekere traumatische achtergrond.

Deze onbewuste verstoringen kruipen quasi langs de plinten omhoog, als onbestemde gevoelens en stemmingswisselingen. Ze maken dat het kind zich onzeker doet terugtrekken, en zich tegelijk overmatig gaat afstemmen op de (mogelijk afwijzende) ander. Zoals bij ADD. Of ze zullen het kind juist extra druk maken. Opstandig soms, om alsnog – desnoods negatieve – aandacht te krijgen. Of een combinatie hiervan.

Het een en ander kan worden versterkt door druk van ouders en leraren om ‘beter’ je best te doen, in ieder opzicht. Negatieve oordelen vreten zich in, nog versterkt door gepest of uitgelachen worden, je buitengesloten of opgesloten te voelen. En dan hebben we het nog niet eens over andere ellende om je heen – scheidende ouders of verhuizingen bijvoorbeeld.

Uit verbinding gaan als patroon

Zo raakt een ADD kind steeds meer uit verbinding: met zichzelf – zijn eigen natuur, Essentie, met het hier en nu, en met de ander. Zwervend in een schimmig niemandsland, op de grens tussen ‘ik’ en de wereld om hem heen. Tastend naar aansluiting.

Dat laatste is heel bijzonder: diep van binnen is er zo’n hunkering naar echte verbinding voelbaar. Door een overmatig bezig zijn met de ander, hoe deze is ten opzichte van jou, vervreemd je van jezelf, zelfs van je lijf. En is er uiteindelijk geen echt contact meer. Alleen nog maar een krampachtig bezig zijn om je staande te houden.

Dat je dat doet is iets wat je lang buiten je bewustzijn houdt – maar is wel degelijk voelbaar in je lijf als je er meer mee verbonden zou zijn. Voelbaar in een hogere basisspanning in je spieren (nek, schouders, zonnevlecht), en een overprikkeling van je darmen en van je maag. Maar ook in een hogere ademhaling (en benauwdheid in de keel of borst), een dikkere huid, hyper-waakzaamheid van je zintuigen. Onderliggend een verhoogde staat van paraatheid van je angstcentrum (amygdala) en je reptielenbrein (voorbereiding om te vechten, vluchten of bevriezen).

Dat jezelf staande houden doe je vooral door die eerder genoemde aangeleerde compensatiepatronen en overlevingsmechanismen. Enerzijds hebben we het dan over je neiging tot dissociatie (‘dagdromen’, ‘er niet zijn’, ‘te vergeten’ – ook: enorm druk te zijn in je hoofd). En anderzijds over de manieren om de ‘gebrekkigheid’ van je executieve functies te maskeren of te (over)compenseren.

Tot het niet meer gaat

Tot het niet meer gaat. Dan kan, onder druk van interne en externe factoren, de neiging tot dissociëren langzaam maar zeker toenemen, tot je er last van gaat krijgen. Tegelijk neemt de effectiviteit van je taakgerichte executieve functies af. Tot je ècht en volledig onderuit gaat. In een burn-out raakt.

Zo sluiten het patroon achter ADD en dat van het burn-out raken zo fataal op elkaar aan. Hoe dat uitwerkt beschrijf ik hieronder.

Samenhangend mechanisme

De crux zit hem in de emotionele ondermijning van de executieve functies. In onderstaande tekening illustreer ik hoe het ‘neergangsmechanisme’ werkt bij zowel burn-out als ADD. Het is afkomstig uit mijn webinar “AD(H)D van binnenuit!”, waarin ik dit mechanisme uitleg. Naarmate de vermogens tot emotieverwerking en zelfbewustzijn meer uitgedaagd worden, neemt de effectiviteit van de overige, taakgerichte, executieve functies af.

Dat werkt bij uitstek zo bij mensen met AD(H)D, omdat juist bij hen die vermogens tot emotieverwerking en zelfbewustzijn/zelfsturing zwakker zijn.

Enerzijds als: niet sterk genoeg vergeleken bij wat nodig is. Mensen met AD(H)D hebben immers sowieso, dankzij hun aangeboren hooggevoeligheid, een intenser gevoelsleven. En anderzijds, achtergebleven vergeleken bij een normale ontwikkeling: dankzij de bijzondere, trauma-gerelateerde ontwikkeling die zij daar bovenop hebben doorgemaakt.

executieve functies bij ADD en burn-out

Bron: Essential Waves, gebaseerd op Thomas A. Brown: Het ADD-syndroom, p.43

Ontwaken in ADD

Het een en ander blijkt vaak pas als de druk maar groot genoeg wordt. Zoals bij de emotionele en spirituele crisis die burn-out heet. Dat geldt ook voor het besef ADD te hebben.

Veel volwassenen zullen nog niet als zodanig gediagnosticeerd zijn voordat ze burn-out (of overspannen) raken. Ook zal een deel van de al in hun jeugd gediagnosticeerde mensen eerst jarenlang best gefunctioneerd hebben, ondanks hun AD(H)D. Een ander deel heeft zogenaamde ‘subthreshold’ AD(H)D: te weinig om er echt last van te hebben of om als zodanig op te vallen.

Totdat zij daadwerkelijk burn-out (beginnen te) raken. Wat er dan gebeurt, is dat de aangeleerde compensatiepatronen en overlevingsmechanismen niet meer werken. In Zijns-psychologische termen stort het ‘strategische zelf’ ineen. Tegelijk worden dan slapende of latente ‘gebreken’ aan de executieve functies opeens manifest. Kon je je voorheen nog compenseren dankzij je hyperfocus en manieren om je ‘gebreken’ te maskeren – nu gaat dat minder en minder.

Limbische ontregeling

Vanonder de motorkap van je neocortex – vanuit het limbische systeem (ons emotiecentrum) – komen tegelijkertijd de eerder genoemde weggestopte, onverwerkte emoties en emotionele ervaringen omhoog. In eerste instantie vage ‘donkerbruine’ gevoelens, die je echter meer en meer uit balans trekken.

Voor het hoe en waarom dat zo werkt bij burn-out verwijs ik graag naar mijn artikel Burn-out – de limbische verklaring.

Mensen beginnen te lijden aan stemmingswisselingen, worden steeds meer geplaagd door gevoelens van benauwenis, gejaagdheid, verdriet, onzekerheid (angst), ontoereikendheid, woede, schuld- en schaamte. Uitmondend in de emotionele rollercoaster die burn-out (ook) is.

Dat geldt eens te meer bij mensen met AD(H)D. De kreukelzones daarvoor bij AD(H)D zijn immers al bij voorbaat dieper ingesleten: van reptielenbrein tot aan de executieve functies in het denkbrein aan toe.

Bijkomende psychische problemen

Die ‘verkreukeling’ maakt bovendien dat mensen met AD(H)D extra gevoelig zijn voor het ontwikkelen van andere psychische aandoeningen als ze burn-out (dreigen te worden) of zijn. Oók mensen die voorheen nog ‘subthreshold’ waren. Denk daarbij met name aan angststoornissen, depressiviteit, verslaving en slaapproblemen. Zaken waar mensen met AD(H)D toch al gevoeliger voor zijn.

“Similar to adults with ADHD, those with subthreshold ADHD are also at risk of adverse outcomes. It is likely that some workers with mental disorders have undiagnosed ADHD or subthreshold ADHD, and these individuals with ADHD symptoms may be at a higher risk for developing a mental health disorder.” Zie een Japans onderzoek uit 2019 naar de relatie tussen ADHD en werkstress/burn-out.

Rampzalig?

Hoewel, naar men zegt, je van burn-out uiteindelijk wel weer volledig zal herstellen waag ik dat te betwijfelen. Het wordt niet meer als vanouds. Dat geldt vooral als je er inging met een neurologie waarbij de executieve functies en het vermogen tot emotieregulatie toch al suboptimaal waren.

Mijn persoonlijke ervaring en die van cliënten leert, dat je na de burn-out meer problemen blijft houden om stress (angst, spanning) en andere emoties te verwerken. Je zal meer moeite moeten doen om tegenslag, stress en negatieve emoties het hoofd te bieden. Simpelweg omdat je gevoeliger geworden bent. Dat heeft ook impact op je functies op het gebied van aandacht en werkgeheugen in te zetten .

Was je ‘subthreshold’ of ‘slapend’ AD(H)D, dan word dat blijvend (of tenminste langdurig) manifest. Zo heb ik dat tenminste ervaren. Dan vallen opeens de stukjes op hun plaats. Moet je er wat mee.

Samenvattend

Het een en ander heeft hopelijk helderheid gebracht, waarom je als ADD-er gevoeliger bent om burn-out te raken.

Het ontstaan van ADD en in een burn-out terechtkomen volgen dezelfde natuurlijke ‘kreukelzones’ en ‘kreukellijnen’ in ons brein, die helpen om de schok, de pijn, het (getriggerde) trauma op te vangen. Kreukellijnen die bij ADD al bij voorbaat diep zijn ingesleten. Namelijk, die van dissociatie en een (te makkelijke) demping/uitschakeling van de op de buitenwereld gerichte neurale netwerken annex executieve functies.

Bovendien heb je met ADD toch al voelbaar meer moeite met emotieverwerking – emoties komen gewoon dieper binnen. Ook zijn je innerlijke reacties daarop heftiger. Je moet bij oplopende spanning meer moeite moeten doen. Moeite om ze weg te drukken, naar je hoofd te gaan, te compenseren. Wat uiteindelijk niet werkt èn erg veel energie kost. En je zal ze eerder tegen jezelf gaan richten, vanuit je zelftwijfel en zelfafwijzing.

Dus als de interne en externe druk oploopt raakt je hoofd sneller vol. Wat uiteindelijk kan resulteren in overspannenheid en burn-out.

Je ADD en burn-out (gevoeligheid) ècht aangaan

Dit inzicht helpt om een burn-out te voorkomen. Belangrijker nog is om er lering uit te trekken:

  • door te werken aan je vermogen tot emotionele zelfregulering en het ontwikkelen van zelfbewustzijn ben je beter in staat uitdagende (werk)situaties aan te kunnen. Het opbouwen van frustratie en stress te verminderen, jezelf tot ontspanning te brengen. Dit zijn zaken die je leert tijdens therapeutische ADD coaching sessies. Daarnaast:
  • het in evenwicht brengen van de wakkerliggers en energievreters in je leven – en je hulpbronnen, wat je energie en plezier geeft. Ook je innerlijke hulpbronnen: die kwaliteiten in je die je met plezier naar buiten zou kunnen en willen brengen. En tot slot:
  • het tot klaarheid brengen van het verdrongen traumatische reservoir – en het jezelf weer herverbinden met je Essentie.

Ik noem dat: het je ADD ècht aangaan.

Is het al ’te laat’?

Is het echter al te laat, en zal je je burn-out het hoofd moeten bieden? Dan kan je natuurlijk proberen weer te herstellen in je oude (of ‘verbeterde’) compensaties, maar dat zal vaak niet werken. Niet op de langere termijn. Om de redenen die ik aangegeven heb.

Mijn insteek is, dat je je burn-out (en ADD) beter kunt aangaan als een spirituele crisis (en uitdaging). Als een kans (een ramp-zalig gebeuren) om je overcompensaties en afweermechanismen los te laten. “Hoe Het Hoort” te laten, en te kiezen voor Wat Wèl Werkt. Je leven aan te gaan vanuit wie je ten diepste bent, wat je ten diepste drijft. Dat wil zeggen: vanuit het Kostbare in je, waarin óók voor je ADD plaats is.

Want zo rampzalig hoeft het echt niet te zijn.

Tot zover – en verder …

En dus ook niet onafwendbaar! Het zou zoveel fijner zijn als je dat groeiproces zonder burn-out aan kunt gaan. Want een burn-out, ook het jarenlang leven in het overspannen schemergebied er vlak tegenaan, dat moet je niet willen. Hoe dan?

Daarvoor onderzoeken we in deel twee van dit drieluik ADD en burn-out: de wakkerliggers als eerste de werkgerelateerde factoren die het ontsporen in burn-out kunnen doen inleiden. Òf je juist kunnen helpen om het beste van jezelf en je werkzame leven te maken.

 

© Gerphil Kerkhof | maart 2022