Mensen met ADD (en ADHD) behoren niet zelden tot de meest productieve en bevlogen medewerkers op het werk. Tenminste, als zij hun eigen gebruikshandleiding kennen en zich daaraan houden. Zelf werkte ik in mijn vorige leven 30 jaar als management consultant, IT-strateeg en enterprise architect. Ondanks, maar óók dankzij mijn toen nog niet-gelabelde neurodesign, kon ik best succesvol zijn. Hoe? Dat leg ik hieronder uit.

Hoe werkt het met ADD?

Om die vraag te kunnen beantwoorden is het zaak te onderkennen dat (en hoe) het brein van iemand met ADD (of ADHD) anders werkt. Anders dan ‘neurotypische’ mensen, zeg maar de ‘normale’ medewerker. Echt een leuk en informatief artikel daarover – Secrets of your ADHD brain – was nog niet zo lang geleden te vinden op ADDitude. Het legt uit, dat mensen met ‘Attention Deficit Disorder’ (al dan niet met de H van Hyperactivity) niet zozeer ‘gestoord’ als wel anders zijn in hun manier van aandacht geven, (zelf)motivatie,  prioriteren en in actie komen. Belangrijke aspecten als we het over werk hebben.

Hieruit en uit andere informatie die op internet te vinden is valt een lijstje te destilleren van punten over wat ADD betekent voor het werk:

  • Mensen met ADD beleven vooral innerlijke, mentale hyperactiviteit die van de buitenkant niet altijd makkelijk te zien is. In de regel zijn wij daarbij in ons hoofd met vier tot vijf dingen tegelijk bezig. Zelf ervaar ik dat afwisselend als een kruiwagen vol kikkers dan wel als een groep dolfijnen die samen op jacht of aan het spelen zijn;
  • Er is onvermogen de aandacht langdurig te richten op iets dat wij niet interessant of belangwekkend (genoeg) vinden – dat kost ondraaglijk veel energie, frustreert;
  • Focus en belang hechten worden ergens diep in ons aangedreven, we hebben daar weinig controle over. Wij kunnen onszelf niet dwingen iets interessant of belangrijk te vinden, anders dan door uitstellen tot het laatste moment (urgentie toevoegen) en/of door de ervaren straf/beloning te verhogen (zoals het nastreven van waardering; ons druk maken over afwijzing of afkeuring) – en dus extra ons best te doen;
  • Als wij wèl gegrepen worden door waar wij mee bezig zijn, dan raken wij in hyperfocus – een staat van ‘flow’ en superconcentratie waarin wij moeiteloos onze aandacht kunnen focussen, verdelen en switchen tussen meerdere (deel)taken of onderwerpen;
  • Ander(zijd)s worden wij ook makkelijk afgeleid. We zijn zeer gevoelig voor afleiding door externe prikkels (lawaai, beweging, gepraat; negatieve sfeer of plotselinge emotionele gebeurtenissen), maar ook door interne prikkels (zoals creatieve invallen of associaties; lichamelijk ongemak, emotionele opwellingen en stemmingswisselingen);
  • Hierdoor drijven wij geestelijk makkelijk af, gaan dagdromen, ervaren wij innerlijke onrust (gaan friemelen, bewegen, worden prikkelbaar) en raakt ons werkgeheugen makkelijk verstoord (informatie wel horen/zien maar het dringt niet door; plotseling op blanco gaan);
  • Terwijl ADHDers een overmaat aan energie (lijken te) hebben, raken vooral ADDers eerder uitgeput in de loop van de (namid)dag. Vooral jezelf steeds moeten dwingen je aandacht te houden bij dingen die je niet echt leuk of uitdagend vindt, in combinatie met emotionele belasting, trekt onze batterijen eerder leeg dan bij ‘gewone’ mensen;
  • Tegelijk hebben we vaker slaapproblemen, doordat de geest ’s nachts maar niet tot rust komt of bij het ’s nachts wakker worden meteen weer ‘aan’ gaat.

In de zone van hyperfocus

Werknemers met ADD werken het best en het prettigst als zij ‘in de zone’ zijn, in hyperfocus. Het genoemde artikel in ADDitude citerend:

“De essentie van het ADHD zenuwstelsel is niet aandachtstekort, maar inconsistente aandacht. Iedereen met ADHD weet dat zij tenminste vier tot vijf keer per dag ‘in de zone’ [van hyperfocus] kunnen komen. Als zij in de zone zijn dan hebben zij geen beperkingen en de haperingen in hun executieve functies die zij hadden voordat zij in de zone kwamen verdwijnen dan.”

Dergelijke periodes van hyperfocus kunnen tientallen minuten tot uren duren. In die toestand kunnen bergen verzet worden.

Ook kwalitatief werken wij dan op ons best. In hyperfocus zijn we hyperalert, zeer geconcentreerd en onverstoorbaar. We mobiliseren en integreren moeiteloos al onze vermogens; niet alleen ons denken, maar ook ons gevoel, intuïtie en zintuigen raken gespitst. Zonder dat we ons door emoties of zintuiglijke prikkels laten ‘overrulen’.

Daarom vind je onder ADDers en ADHDers juist ook mensen die in kritische situaties het hoofd koel kunnen houden. Denk aan rechercheurs, brandweerlieden, beurshandelaren, beroepsmilitairen, chirurgen en operatie-assistenten.

Hyperfocus betekent verder, dat we onvermoede verbanden kunnen zien of leggen, moeiteloos kunnen relateren en relativeren. Zo kunnen we creatieve verbanden leggen, verrassende inzichten  krijgen en ons diep afstemmen op andere mensen (empathie). Ook vertonen we humor en een bijzondere opmerkingsgave.

Uit de zone

Uit de zone zijn mensen met ADD en ADHD daarentegen onrustig en warrig, tenminste in ons hoofd. Als ADDer kunnen we dan tegelijk ook lusteloos, twijfelend, passief verstrooid en afwezig zijn. Wij zijn daarbij ontvankelijk voor negatieve emoties: trekken ons dingen makkelijk aan, voelen ons onzeker, ondergaan stemmingswisselingen die ons stil en teruggetrokken maken (of juist erg druk).

Op het werk zullen we proberen die periodes zoveel mogelijk te maskeren. Vaak proberen we ook onszelf te helpen om alsnog of wat langer aandachtig te blijven en/of onze innerlijke onrust te kanaliseren. Bijvoorbeeld door hyperactiviteit (ijsberen, friemelen, handen wringen) of onszelf pijn te doen/ons lichaam te voelen (handen wringen, knijpen, krabben). Ook het krabbelen van tekeningen tijdens een vergadering hoort daarbij.

Wat doe je eraan?

Aan deze voorbeelden is te zien, dat je als ADDer of ADHDer eigenlijk de hele dag door bezig bent om jezelf zoveel mogelijk te reguleren. Idealiter de hyperzone in, en anders wel om zo goed mogelijk de tussenliggende periodes door te komen. Daar ontwikkelen we allerlei strategieën voor. Die kunnen natuurlijk meer of minder succesvol zijn.

Feit is: hoe meer die strategieën erop gericht zijn om je aan te passen aan hoe ‘gewone’ mensen functioneren, en hoe meer je daartoe aangezet of gedwongen bent of wordt, hoe minder succesvol je zal zijn. Je forceert jezelf en het doet tegelijk je zelftwijfel en frustratie alleen maar toenemen. De kans om ‘in de zone’ te komen, waar je je kracht kan laten zien, wordt er eigenlijk alleen maar door verminderd.

Veel effectiever is, en daar gaat dat artikel in ADDitude ook over, dat je je eigen gebruikshandleiding leert kennen. Omgangsregels met jezelf die je helpen de kans dat je in de zone komt en blijft te vergroten. En minstens zo belangrijk: om er ondersteunend voor jezelf te zijn als je er weer uit komt en bent.

Hoe zou het kunnen werken?

Dat doe je door voortdurend bij jezelf na te gaan wat voor je werkt en niet werkt. Dat is voor iedereen anders. Het vraagt zelfreflectie (en daarmee ook: zelfacceptatie) en levenservaring. Maar ook inspiratie van lotgenoten kan je daarbij helpen. Om je een idee te geven deel ik daarom wat elementen uit mijn eigen gebruikshandleiding. Met andere woorden: wat werkt(e) bijvoorbeeld voor mij?

Mijn optimale werkdag-ritme

Mijn ideale dagritme legt het zwaartepunt in de ochtend. Ik weet van mijzelf dat ik in de ochtend het helderst ben en de meeste energie heb. Ik doe in mijn slaap meer dan alleen energie op. Ook heb ik vaak het gevoel, dat ik diep in mijn brein de hele nacht door doorgedacht heb over wat er echt belangrijk is op dat moment. Vaak heb ik mijzelf daartoe op de een of andere manier ook ‘geprogrammeerd’. De dolfijnen in mijn hoofd zijn dan ’s ochtends klaar om op te duiken en willen dat waarvan zij vol zijn aan de oppervlakte brengen.

Als ik mijzelf daartoe de kans geef dan kom ik bijna moeiteloos in flow, ‘in de zone’ en haal ik veruit het meeste uit mijn dag. Ik kan dan ook moeiteloos de hele ochtend zo door. Daar is wel wat zelfzorg voor nodig, zoals:

  • Dus begon en begin ik altijd zo snel mogelijk aan de klus waar ik mee bezig wil (moet!) zijn: ‘het Project’ van de dag (of week, maand).
  • Natuurlijk wachten er mij ’s ochtends ook nieuwe emails. De emails die mij minder dan 20 seconden kosten wikkel ik meteen af, de enkele serieuzere dingen bewaar ik tot later. Voor de rest sluit ik mij goeddeels af voor emails, etc., check hoogstens af en toe.
  • Ik krijg de meeste energie van schrijven (en nu ook: coaching). Het Project ging daarom altijd over iets dat, tenminste in eerste instantie, geschreven moest worden. Schrijven helpt mij wat ik lees, hoor en (be)denk te verwerken, te integreren, er een verhaal van te maken. Creatief bezig zijn geeft mij energie. Dus wil ik ’s ochtends juist schrijven (of coachen, maar dat brengt mij vrijwel altijd in hyperfocus, ook ’s middags).
  • Dat schrijven ‘lardeer’ ik met materiaal verzamelen/zoeken, lezen, incidenteel mensen spreken. Dat helpt mij tot ver na de lunchpauze.
  • Ik kan niet urenlang aan één stuk schrijven (of iets anders doen). Dat gaat met horten en stoten. Vaak hapert het even, moet ik mij weer aanzetten verder te gaan òf af te wisselen. Dan helpt het als ik kleine klusjes (zoals beantwoorden van emails) tussendoor kan doen. Die leveren dan een snel gewonnen vinkje in de mentale takenlijst op. En daarmee vaak weer voldoende dopamine (beloningsstofjes annex neurotransmitters) om in de bovenkamer de zaak weer in werking te zetten.
  • En anders is het fijn om af te wisselen met een ander project, al dan niet met hoofdletter P. De dolfijn van Project 1 kan dan even onder water verder spelen met zijn onderwerp, om later op de dag of de volgende dag weer boven te komen. Daarom moet ik eigenlijk ook altijd meerdere dingen tegelijk te doen hebben, zodat er te wisselen valt. Eén groot project en wat kleinere dingen.
  • De dingen die ik doe moeten ook leuk, afwisselend en uitdagend zijn. Spannend zijn. Ik met ze op mijn manier kunnen doen en in mijn volgorde. Zo teken ik in het begin graag, blokjes met pijltjes, bijvoorbeeld in Powerpoint.
  • Ik breek grote projecten graag op in brokken. Zoals: eerst een structuur maken, een opbouw. Dan hoofdstuk voor hoofdstuk schrijven en regelmatig terugkeren naar eerdere stukken om die weer af te stemmen. Of de structuur aanpassen. Door iedere dag een stukje af te krijgen, zelfs al is het niet definitief, krijg ik een prettig gevoel – en dus dopamine.
  • Na de lunch of in de middag wil ik graag een wandeling buiten maken om de geest te verzetten. Heb dan soms ook gewoon de behoefte om even alleen te zijn. Wil ook graag af en toe over de gang ijsberen. Er bouwt zich immers innerlijke spanning op die onrustig maakt en mij vermoeit.
  • Als ik in de middag geen energie (‘inspiratie’) meer heb, dan stop ik gewoon. Misschien eerst nog wat k-klusjes doen die ik van vanmorgen bewaard heb. Het vooruitzicht binnenkort te mogen stoppen van mezelf geeft me voldoende energie om die toch nog even te doen (zodat ik de volgende dag weer aan ‘het echte werk’ kan). En zo niet, dan niet.
  • Wat ik ook altijd doe is op het eind even nadenken (en opschrijven) wat ik de volgende dag belangrijk vind om te doen. Soms schrijf ik in een rafelrandje in mijn rapport nog wat laatste ideeën om op verder te gaan. Dat gooi ik de volgende dag als eerste weer weg, maar het geeft mij focus in mijn ‘unfocus’, aan de dolfijn(en) in mijn achterhoofd. Voor tussendoor ’s avonds of als ik slaap, denk ik dan.

Hoe plan ik (niet)?

Niet kunnen plannen en prioriteren heet het grote probleem van ADD en ADHD te zijn. Daarop ben ik geen uitzondering. Hoe red ik het dan toch doorgaans?

  • Alles wat snel en makkelijk te doen is doe ik meteen. Ik zou het anders vergeten, het stapelt zich op en belast mij bewust of onbewust.
  • Als ik een opdracht krijg noteer ik voor mijzelf de opleverdatum en wat er precies gevraagd wordt. Ik maak ook een afspraak met mijzelf op welke ochtend ik begin, ‘de opzet’ maak: hoe gaat het eruit zien, wat is de indeling. Meer is er voor die ochtend niet nodig (mag wel). Vervolgens schrijf ik stukje bij beetje en zo snel mogelijk, gedurende zoveel mogelijk ochtenden achter elkaar. Bijpoetswerk doe ik dan weer het liefst in de middagen of tussendoor als ik het grote Project van die dag even zat ben.
  • Zo ben ik eigenlijk altijd ruimschoots voor de ultieme deadline klaar, zonder enige planning. Vaak is er wel halverwege een knuppel en een wortel nodig om het af te maken – daarover later meer.
  • Ik moet ook nieuwe dingen die naar mijn onderbuikgevoel teveel van mij gaan vragen, af kunnen slaan.

Hoe blijf ik ‘present’ en betrokken?

Probleem bij ADD is jezelf constant te motiveren dingen te gaan doen en ook af te maken. Verveling en mentaal inzakken liggen altijd op de loer. Afhaken, in de Zijnsoriëntatie noemen we dat ‘detached’ raken. Je bent als ADDer (en ADHDer) geneigd heen en weer te schieten tussen volkomen geabsorbeerd (attached) of volledig afgehaakt (detached) zijn. Terwijl presentie, de middenpositie van betrokken aanwezigheid, juist het ideaal is.

Ik los dat op door een ‘mindset’ ik nu ‘attached-by-proxy’ noem. Ieder project waar ik vol voor ga verbind ik met een HEILIG MOETEN. Iets dat groter is dan ik zelf. Dat geldt zeker nu, omdat wat ik nu doe ook voelbaar gedreven wordt door mijn Essentie. Maar ook in mijn vroegere werk voelde ik mij echt bevlogen voor wat ik deed. Bevlogen door EEN GROTE GEDACHTE. Vroeger was dat een bevlogenheid door de ziel van de organisatie en de visie en strategie van waaruit ik werkte.

Aanhaken op instinct

Als die verbinding eenmaal gemaakt en voelbaar is, maar even goed als die wat minder uitgesproken is, moet er waargemaakt en doorgepakt worden. Daarvoor haak ik aan op een tweede, minder ‘verheven’ vlak: dat van de meer dierlijke instincten. De instincten die wij mensen delen met (andere) roofdieren: wolven, leeuwen, tijgers, orca’s en dolfijnen. De drang om te besluipen, na te jagen, te omsingelen en aan te vallen, door te dringen, af te splitsen, te bespringen en te nemen. Jachtinstinct en territoriumdrift. Aanhaken op in ieder geval de beweging en energie die in die oerkrachten in mij besloten liggen.

Jagersgedrag

Dat geeft mij de energie en drang om opzetten te maken (die ik nu ‘dromenvangers’ noem) en vervolgens in te vullen, af te vinken. Daarin door te zetten, mij vast te bijten. Zelfs als het op een gegeven moment saai wordt (omdat het in mijn hoofd al klaar is) en ik geneigd ben af te haken. Voor mij is ook dan nog iedere deeltaak een prooi, een vis of vinkje dat ik ‘scoren’ moet. Ooit gezien hoe een poolvos het ene na het andere ganzenjong te grazen neemt (om pas later de buit te begraven of op te eten)? Zo jaag en knuppel ik mijzelf ook voort tot ik uiteindelijk bij het gaatje ben. Hoe lang de wedstrijd ook mag duren.

Dat verklaart de verbetenheid en snelheid waarmee ik werken kan. Maar ook: de behoefte die ik heb om snelle jachtsprints te ‘larderen’ met ontspanning, lummelen. Dat doen die leeuwen en dolfijnen immers ook. En waarom ik qua tijdstip op de dag eerder uitgeblust ben dan de ‘stayers’ in de kantoortuin (waarover later meer). Dat verklaart ook, waarom er woede en verwarring in mij omhoog kunnen komen als het behalen van mijn doel of mijn territorium bedreigd wordt.

By proxy

Het is daarmee om meerdere redenen een kansrijke, maar ook riskante strategie gebleken. Er is veel ‘skin in the game’, wat ik onder andere met een burn-out heb moeten bekopen. Ik heb door schade en schande geleerd mijn ‘koppelpunt’ te verleggen, nog dieper IN mijzelf.

Nu weet ik: het is één of meerdere van mijn dolfijnen die aangehaakt is, niet ik. Ik haak hen aan op de prooi, het doel, de taak. En tegelijk mijn instinct te zuiveren tot pure energie. Tegelijk weet ik mij aangehaakt op een diepere GROTE GEDACHTE in mij, mijn Zijn, de essentiële laag die alles verbindt en tegelijk mij drijft. Die mij voortdrijft en drijvend houdt. Een diepere, krachtigere – meer eigen – bron dan vroeger.
Zo leer ik aangehaakt te zijn en tegelijk in mij de rust en vrijheid blijven voelen als van een Boeddha; in mijn ware natuur blijven. Dat bedoel ik met: attached-by-proxy. Attached via een routine, een bedrading met een hogere en een diepe dierlijke kern in mij, waardoor ik niet afdrijf, maar betrokken en present blijf.

Het doet mij ook denken aan wat Nietzsche in Also sprach Zarathustra schreef over de mens als boom op een berg. Hoe hoger hij wil reiken naar het Licht, des te sterker streven zijn wortels de aarde in, in het duistere en diepe, naar het Kwade. Waarbij dat laatste ook weer ‘by proxy’ is: het gaat erom de pure energie ervan te gebruiken. Die energie is het fundamenteel goede dat erin besloten ligt.

Hoe verwerk ik mijn emoties?

Dat brengt mij bij het laatste aspect van zelfregulering: van de emoties. Extreem belangrijk voor ADDers. Wij zijn zo gevoelig. Daarbij verwerken wij onze emoties ook nog eens diep (deels onbewust, soms verdrongen), intens en vooral langdurig.

Die emotieverwerking kan bij mij dagenlang onderhuids doorgaan. Vroeger soms zonder te kunnen benoemen of en door welke emoties ik geplaagd werd, en waarom. Het is een vage stemming, een gevoel van onvrede dat dan alle energie uit mij zuigt. Ik kan me dan soms nergens meer op richten, laat staan op mijn werk. Mijn stemming en werklust en inspiratie kunnen zo van het ene moment op het andere omslaan, mij zwaarmoedig en lethargisch of juist hyper-onrustig en rusteloos maken. Het berooft mij ook nog eens makkelijk van mijn nachtrust.

  • Stress/spanning en negatieve emoties zijn funest voor mijn arbeidsproductiviteit. Ik ben gevoelig voor spanning en negatieve sentimenten om mij heen. Ik raak makkelijk van slag door wrijving en conflicten – op het werk en privé.
  • Maar ook opwindende nieuwe dingen, zoals een succesje, een leuke ontmoeting, brengen mij makkelijk van de wijs.
  • Tot slot blijft mij ook de ‘afsluit-depressie’ niet bespaard: het fenomeen dat wij ons kortdurend zwaarmoedig en vaag verdrietig voelen als een belangrijke taak volbracht is en we leegte voelen.

Werk met gevoel

Ik moet mijzelf dan echt de tijd kunnen gunnen om die emoties te verwerken. Wat mij in al deze gevallen helpt is het volgende:

  • Accepteren dat het is zoals het is. Dat betekent: zorgzaam zijn naar mijzelf, stilstaan bij mijn gevoelens – wetende dat gevoelens komen en gaan en dat dit eveneens weer voorbij zal gaan. Daarbij helpt ook, dat ik mij realiseer dat ik in mijn hyperfocus het ‘productieverlies’ gedurende dat uur, dagdeel of dag/dagen méér dan goed maak.
  • In lichtere gevallen helpt het ook om gewoon aan het schrijven te slaan. Schrijven, zelfs al blijft het bij krabbelen of het maken van een mindmap, verzet de geest. Lukt dat qua werk niet, dan schrijf ik het privé van mij af – met fotografie, gedichten, in dagboek of brief.
  • Mij helpt ook een wandelingetje maken; partner, vrienden of collega’s deelgenoot maken, mijn hart luchten; of gewoon een onbenullig praatje maken; iets huishoudelijks doen (opruimen helpt ook om rust en ruimte in hoofd en hart te krijgen).
  • En nu ook: mediteren, bewust bij mijn gevoelens zijn en bij het deel in mij dat aangedaan en van slag is. Dagelijks mediteren en zelfbeoefening maken dat ik mij bewuster ben van de gevoelens waardoor ik geplaagd word, en er dan voor te zijn.

Sociale support op het werk

Wat mij dan juist niet helpt is, in een omgeving te werken waar mensen geen tijd en aandacht voor elkaar hebben. Als iedereen het te druk heeft met zichzelf. Toch, zelfs dan zijn er andere afdelingen te vinden waar je wel even langs kunt voor een praatje.

Is de balans helemaal zoek, betreft het bijvoorbeeld echt conflictueuze situaties, dan word ik somber en lethargisch. Vooral als de psychosociale werkdruk dan ook nog eens hoog is. Dan gaat het een na het ander mis. Een coachend gesprek met en ondersteuning door mijn leidinggevende kan dan wonderen doen – en dat zoek ik dan ook.

Werkgever – laat de AD(H)D-er je een zorg zijn!

Dat brengt mij tot het laatste punt: hoe kan je als leidinggevende of werkgever je ADD/ADHD-werknemers hier allemaal in tegemoet treden? En waarom zou je?

Nou, ADD/ADHD-werknemers die regelmatig ‘in de zone’ zitten behoren tot de meest productieve, creatieve en bevlogen medewerkers in de organisatie. Daar moet je zuinig op zijn. En als ze op het punt van productiviteit en gedrevenheid een serieuze dip vertonen, dan zal je snel en gepast moeten ingrijpen, want dan is er echt iets aan de hand.

Zo maar wat tips:

  • Zorg dat wij voldoende dingen te doen hebben die ons prikkelen qua nieuwsgierigheid en leergierigheid. Die ons intrinsiek motiveren, arbeidsvreugde geven. Verveling en geen of te weinig uitdagende dingen te doen hebben is vragen om moeilijkheden – we vreten onszelf op (bore-out);
  • Gun ons daarbij voldoende ruimte om dingen op onze manier aan te pakken (autonomie) – en onze rust te nemen;
  • Tegelijkertijd, begeleid ons wel in het stellen van prioriteiten en planning. Help bij het opdelen van grote taken of opdrachten in kleinere ‘opleveringen’ en heb over de voortgang regelmatig (coachend) overleg.
  • Haak ons aan bij waar je wakker van ligt, de grote ontwikkelingen in de organisatie, DE GROTE GEDACHTE. Werk daarbij aan een vertrouwensrelatie en je hebt een bijzonder loyale en meedenkende medewerker aan ons. Een stimulerende en coachende manier van leidinggeven is dan ook het beste;
  • Zorg daarbij ook voor de juiste werkomgeving. Zet een ADDer in een kantoortuin en zie hem verpieteren te midden van de chaos. Anderzijds, zet een ADHDer in een kamertje apart en je ziet hetzelfde gebeuren. Stem dit echt af op de individuele medewerker. Zo werk ik het beste in een (ruime) kamer met 1-3 (rustige) collega’s. Het is prettig voor mij af en toe met iemand te kunnen babbelen, sparren of hoe je het ook noemen wilt. Er moet ook niet steeds volk over de vloer lopen. Uitgebreide discussies aan het bureau zouden verboden moeten zijn.
  • Geef extra ondersteuning als we het moeilijk met onszelf (of anderen) hebben, wees genereus in flexibele werktijden en begripvol als er moeilijkheden thuis zijn die om aandacht vragen.

Tot slot

Zelfregulering door de ADD/ADHDer zelf werkt het beste als deze gebaseerd is op zelfinzicht. Dus ga bij jezelf na wat voor jou werkt en niet werkt. Wat jouw gebruikshandleiding is. Niet alleen cognitief/analytisch, maar ook gewoon door te voelen wat er resoneert in je hart, je buik, je lijf. Waar word jij warm of koud van? Waar voel jij je prettig bij. Hoe herken je dat je in of uit de zone gaat? Je ergens, diep in je, van slag bent?

Daarvoor is weer zelfacceptatie nodig. Mildheid naar jezelf, kunnen verdragen dat het even niet lekker gaat en daar niet meteen van weg willen. Dat is voor ons een moeilijk punt. Als we er niet voor onszelf kunnen zijn, kunnen we onszelf niet kennen. Is het ook lastig om zelfleiderschap op te brengen, ons WAAR te maken door succesvol en gelukkig te zijn op het werk. We moeten af en toe verdrietig, boos of lusteloos kunnen zijn. Van onszelf en van onze leidinggevende.

We mogen tegelijk ook trots op onszelf kunnen zijn, zelfbewust van onze eigenheid, unieke vermogens en gaven die wij in huis hebben, niet ondanks maar dankzij dat wij anders – bijzonder – zijn.

Dat alles betaalt zich uit in een enorme creatieve werkkracht en arbeidsvreugde als we wèl in de zone zijn.

(c) Gerphil Kerkhof – maart 2019

 


Tot slot

Zelfacceptatie, zelfbewustzijn, zelfleiderschap – alle drie punten waarop ik je zou kunnen coachen. Eventueel ook in relatie tot (en met) je manager/werkgever. Geïnteresseerd in wat ik voor je kan betekenen qua ADD/ADHD-coaching? Klik en kijk dan op de betreffende pagina, of maak een afspraak.

Geen artikel meer willen missen? Abonneer je dan op de Nieuwsbrief – voor een bericht als er weer een publicatie is.