• Dromers uit laten komen

Dromers uit laten komen

Dromers – misschien was je er zelf wel één: een dromerig kind dat steeds maar weer in gedachten afdwaalde. Gevoelig en introvert, vaak vertoevend achter een waas van vriendelijke geheimzinnigheid. Dichterlijk ook, zou je kunnen zeggen. Maar tegelijk vaak onbegrepen, meewarig aangekeken. Later heb je de lastige kanten van je dromerigheid prima kunnen compenseren. Je bent best wel goed terechtgekomen, eigenlijk.

Tot het minder gaat, het meer moeite kost de onrust in je hoofd te bedwingen. Alsof je steeds op je tenen gelopen hebt. En waarvoor? Het gevoel gaandeweg iets heel wezenlijks te hebben laten liggen, ergens.

Hoe zou het zijn, als je er eens anders mee omging? Je dromerigheid een gave was/is? Een ruwe diamant, die alleen maar geslepen hoeft te worden, en in een zetting gezet die bij je past? Hoe zou dat zijn?

Wat is dat – dromerigheid?

Dromerige kinderen onderscheiden zich op twee punten van andere kinderen: hun mate van gevoeligheid en de manier waarop zij aandachtig en aanwezig zijn. Om met het eerste beginnen: dromers staan van nature meer open voor gewaarwordingen (zien, horen, voelen, proeven, lichaamssensaties), gevoelens (van die van henzelf en anderen) en intuïties (ingevingen, plotselinge inzichten). Voor prikkels en impulsen van binnen en van buiten.

Dat kan zeker voor een kind verwarrend en overweldigend zijn. Het kost ook veel energie en ‘verwerkingstijd’. Dromerige mensen verwerken daardoor langzamer (maar op een dieper niveau).

Om dat te compenseren moeten zij zich ook wel periodiek afsluiten, simpelweg om ermee te kunnen omgaan. En zo komen we op het tweede aspect. Niet alleen zullen zij, introvert als zij zijn, zich af en toe fysiek moeten terugtrekken om de batterijen weer op te laden. Ook zie je ze zich regelmatig geestelijk afsluiten voor hun omgeving. Opgaan in dromenland.

Focus

Die tweede onderscheidende factor toont zich dan ook in het vermogen om de aandacht te verliezen. Dat valt het eerste op. Dromers kunnen gaande een gesprek even compleet afdwalen. Gegrepen worden door een impuls van binnen of van buiten die met hen aan de loop gaat. Zo ook tijdens de les, op het werk, als ze een film zien, tussen twee afslagen in. Verstrooidheid, vergeetachtigheid en moeilijk ergens de aandacht bij kunnen houden, ‘aanwezig zijn’, zijn typische eigenschappen van de dromer.

Evenzo typisch is dan ook de verzuchting: “Waar zit je met je hoofd? Waar ben je met je gedachten?” Vaak kan de dromer, zo plotseling uit zijn gedachtestroom gerukt, daar ook geen antwoord op geven. Hoe dat werkt en wat er dan gebeurt, daar gaan we in komende artikelen dieper op in.

Unfocus en hyperfocus

Daar staan op dit punt natuurlijk ook een paar mooie dingen tegenover. Zo kennen dromers ook nog twee andere manieren van aandacht. Mentale toestanden die buitengewoon krachtig en ‘handig’ zijn en waarvoor dromers juist op latere leeftijd enorm worden gewaardeerd: unfocus en hyperfocus.

Unfocus is het vermogen om gedurende langere tijd met één of meerdere problemen mentaal bezig te zijn, maar daarbij (ook opzettelijk) te wisselen tussen dagbewustijn en onderbewustzijn, ‘voorhoofd’ en ‘achterhoofd’. Door regelmatig uit uit het onderwerp van aandacht te stappen en even iets anders te doen dring je zo steeds dieper tot iets door. De onderbreking kan komen van kleinere taakjes, ‘easy wins’, een wandelingetje in de natuur, mediteren of een gesprek bij de koffieautomaat, de krant te lezen. Het je even losmaken helpt je zo juist om nieuwe perspectieven te zien, invallen te krijgen, te associëren. Hyperfocus is een staat van ‘flow’ die dromers bereiken als zij bovenmatig in het onderwerp geïnteresseerd en gemotiveerd zijn. Deze hoge mate van hechting gaat gepaard met een hoge mate van afsluiting voor alles wat buiten die aandacht ligt.

Out-of-the-box

In beide vormen van aandacht kennen zij dus juist een langdurige focus en hechting van aandacht, meestal (serieel) op meestal meerdere zaken tegelijk. Dromers zijn dan bij uitstek in staat tot diep en langdurig doordenken. Hierbij worden onvermoede verbanden gelegd. Ook worden hier alle vier de bewustzijnsfuncties van Jung (gewaarworden, voelen, intuïtie en denken) intensief en geïntegreerd gebruikt. Waarbij het denken niet lineair is – volgens de regels van de logica – maar non-linear. Ook daar gaan we later nog eens dieper op in.

Dit levert vaak verrassende vergezichten, out-of-the-box inzichten en creatieve oplossingen en ontwerpen op. Maar ook humor en relativeringsvermogen, het vermogen om de nuance te zien, het perspectief van de ander te willen en kunnen begrijpen. Het duurt vaak even, maar toch hebben zij, als zij op de juiste plekken zitten, juist hiermee een zeer hoogwaardige en indrukwekkende productiviteit. Onder dromers vindt je daarom ook de creatieve denkers, ontwerpers en uitvinders. Denk aan mensen als Albert Einstein, Benjamin Franklin en Thomas Edison.

Voeg dat eens bij hun vermogen tot empathie, hun denken in beelden en hun beeldende taal van het hart, dan kan je alleen maar onder de indruk zijn van de potentie die hier te vinden is.

ADD en HSP

Het onvermogen de aandacht erbij te houden leidt ertoe, dat mensen met deze aanleg – kinderen vooral – momenteel gediagnosticeerd worden met Attention Deficit Disorder (ADD). De hoge mate van gevoeligheid die ADD kinderen vaak ook aan de dag leggen maakt, dat zij veelal tevens in de categorie HSP (High Sensitivity Person) vallen.

ADD is terug te voeren op een aangeboren afwijkende inrichting van de hersenen, met name in het gebied van de zogenaamde executieve functies in de prefrontale cortex. Deze functies hebben betrekking op hoe wij onszelf en ons leven organiseren: informatie en emoties verwerken, filteren wat belangrijk en minder belangrijk is, prioritiseren, plannen en ordenen. Vanuit hier worden ook stressreacties getemperd en ‘gedoofd’. Deze processen worden aangestuurd door stofjes die de hersenen zelf maken: neurotransmitters, met name dopamine. Dopamine wordt ook wel het belonings- en geluksstofje genoemd. De ontvankelijkheid voor dopamine en de functionaliteit binnen dit deel heten verminderd te zijn. Of anders gezegd: er zijn intensere impulsen nodig.

Tierelier

Dat verklaart waarom dromers meer dan anderen intrinsiek gemotiveerd moeten zijn, wil dit deel optimaal kunnen werken. Als dat het geval is, dan werkt hun geest ook als een tierelier. Juist ook omdat er óók meer ruimte is voor een vloeiende ‘aanschakeling’ (flow) van alle capaciteit die achter dat knopje in het voorhoofd beschikbaar is. Succesvolle dromers weten hoe ze hiermee om moeten gaan – of in andere woorden: hoe zij de ‘flow’ van hyperfocus kunnen opwekken en gaande houden.

Anderzijds vraagt deze alternatieve hersenbouw naast intrinsieke motivatie ook erg veel energie. Het leidt makkelijk tot mentale onrust en uitputting. Zonder voldoende (zelf)zorg en begrip voor hoe het werkt kan het eerder ontsporen. Binnen het reguliere klassikale onderwijs en bij werk met te weinig uitdaging en autonomie komt de dromer dan ook maar moeizaam op gang. Of draait hij vroeg of laat dóór of àf.

Dromers blinken uit in verbeeldingskracht

Kwetsing

Dat laatste komt helaas maar al te vaak voor. Als kind werden de bovengenoemde kwaliteiten vaak niet gezien – laat staan ontwikkeld. Dan ontbrak de tijd, het geduld en de aandacht om hen goed te begrijpen en te begeleiden. Dromers werden als kind daarentegen juist eerder op hun tekortkomingen aangesproken. Ze heetten dan dom, sloom of lui te zijn, omdat ze vaak dingen traag verwerkten of er de aandacht niet bij konden houden. De hierdoor aangewakkerde onzekerheid maakte dat nog erger. Dan nam de innerlijke druk immers alleen nog maar toe.

Het gevolg was, dat zij juist als kind door een dergelijk negatieve bejegening op wie zij ten diepste zijn – waar zij het meest gevoelig zijn – gekwetst werden. Kwetsing door pesten op school, of doordat ongeduldige leraren hen publiek belachelijk maakten, bijvoorbeeld.

Compensatie

De confrontatie met en afwijzing door de omgeving, die niet mee kan gaan met de belevingswereld van de dromer, kan pijnlijk en beschadigend zijn. Met als gevolg, dat zij een negatief zelfbeeld ontwikkelen, voortdurend aan zichzelf gaan twijfelen, schuchter en teruggetrokken raken. Tenminste voor een deel, tenminste als het spannend, onzeker, stressvol wordt.

Deze crisis, die vooral in de pubertijd toe kan slaan, kan echter ook de drang oproepen om de uiterlijke schaduwkanten van die dromerigheid te compenseren en te maskeren. Mensen gaan extra hun best doen, slaan zich door hun beperkingen heen, mede op de vleugels van hun gedrevenheid. Ontwikkelen hun wilskracht en zelfleiderschap. Ook leren zij wanneer zij zich beter kunnen concentreren. En ondertussen nutten zij de positieve kanten van hun geaardheid optimaal uit.

De verdwenen 80%

Zo kan het gebeuren, dat welke criteria of onderzoek je ook aanhaalt, het percentage bij wie ADD gediagnosticeerd wordt van kindheid naar volwassenheid dramatisch daalt. Een verschuiving van wel 80-90%. Een bijzonder fenomeen, want ADD heet in hoge mate erfelijk en neurobiologisch van oorsprong te zijn. Met andere woorden: geboren als dromer is sterven als dromer.

De reden dat op volwassen leeftijd 80-90% van deze geaardheid verdwenen lijkt is eenvoudig: zij hebben zich min of meer succesvol aangepast. Dromers gaan als zodanig ‘onder water’. Bij kinderen valt ADD vaak al niet op, zeker niet bij meisjes. Zij zijn veel minder lastig dan hun ADHD klasgenootjes. Onderrapportage ligt dan ook voor de hand. Bij volwassenen is dat nog veel meer het geval. Sommige problemen zijn er bij volwassenen nog wel degelijk, maar niet dusdanig dat er een noodzaak is dat zij zich laten onderzoeken en begeleiden.

Tot het niet meer gaat

De extra energie die aanpassing aan een niet-dromers wereld kost eist echter vroeg of laat wel zijn tol.

Het werk verandert bijvoorbeeld van uitdagend naar beklemmend of saai. Een nieuwe prikkel-intensieve kantoorinrichting of sociale en politieke conflicten in de organisatie voeren de innerlijke onrust op. Emotionele spanningen thuis maken het lastig je thuis weer op te laden. Je bent met steeds meer dingen in je hoofd bezig. Het compenseren gaat dan ook steeds moeilijker. Ook de leeftijd gaat meespelen: je energie, je geestelijke wendbaarheid en niet te vergeten je geheugen worden minder.

Als zo de chronische stress groter wordt, dan kan heel snel het lijntje breken. Negatieve zelfbeelden en ervaringen uit de jeugd (zoals gepest te zijn geweest) dringen zich een weg omhoog (zie ook mijn eerdere artikel over de limbische verklaring), waardoor je nog eens extra je best gaat doen. Om een (herhaling van de) ramp te voorkomen, (alsnog) erkenning en liefde te krijgen. De droom ontspoort tot nachtmerrie. Een burn-out (waar ADDers meer gevoelig voor zijn dan anderen) ligt op de loer.

Het gevoel iets kwijt geraakt te zijn

Al voordat het dergelijke dramatische wendingen neemt bekruipt dromers vaak al het gevoel, alsof zij iets wezenlijks in zichzelf verloochend of verloren hebben. Dat er een mismatch is tussen wat zij nu doen en zijn en wie zij ten diepste zijn of ‘zouden kunnen zijn’. Een gebrek aan levensvervulling en van zichzelf kunnen zijn. Als zij al zouden weten wat dat dan was, want hun wezen als dromer heeft er vaak niet mogen zijn.

De verloren schat

De achtergrond is dan ook niet alleen een onvermijdelijk falen van hun compensaties. Het gevoel dat deze hen nooit verder zou kunnen brengen dan een redelijk functioneren als ‘genormaliseerde’ nog-net-geen-dromer-meer. De belangrijkste reden is, dat zij hun werkelijke, authentieke kwaliteiten deels nooit echt hebben leren herkennen en ontwikkelen. Waar zij dat wel gedaan hebben, deden ze dat op de tast, alleen, in weerwil van alles. De parel van hun Essentie, om de titel van een boek van A.H. Almaas te citeren, hebben zij nog niet herkend. Laat staan opdiepen, oppoetsen en in de juiste zetting gebracht. Een zetting waar zij kunnen stralen vanuit hun eigen licht.

Die zetting hoeft niet noodzakelijk die te zijn van dorpsoudste in een dorp in Bhutan. Of de jagers/verzamelaars-theorie van Thom Hartmann (zie zijn inspirerende boek) indachtig, als krijger of medicijnman bij de Cheyenne. Hoewel dat onmiddellijk herkenbaar zou zijn. Dat kan óók als succesvol rechercheur of risk manager, als zilversmid of keukenontwerper, als kunstenaar of filosoof, als coach of advocaat, ‘chief strategist’ of ‘-technology officer’. Mits de setting maar ondersteunend is en dromers worden uitgedaagd juist in hun unieke kwaliteiten.

Hoe dan?

Waar zou dat jezelf hervinden dan uit kunnen bestaan? Denk allereerst eens aan het onderkennen en leren inzetten van je vermogen tot ‘anders focussen’, zoals door meditatie. En door in jezelf een basis van ‘Rusten in Zijn’ te ervaren. Dat begint bij een hersteld contact met je lijf (lichaamssensaties), je gevoeligheid en je gevoelens.

Het betekent ook: het onderkennen, waarderen en gebruiken van je vermogen tot non-lineair denken, in samenhang met je andere bewustzijnsfuncties. Daaromheen: het ontdekken van je verbeeldingskracht en creativiteit en het beteugelen ervan. Zodat je niet meer hoeft te dralen. Je er handen en voeten aan kunt geven, kunt gaan stromen.

En op dieper niveau: het onderkennen van de (veer)kracht die in je kwetsbaarheid en gevoeligheid schuil gaat. En tot slot het weer gaan leven vanuit je authentieke zelf, je Essentie. Een weg die je alleen maar af kunt leggen als je óók door je moeilijke gevoelens en ervaringen heen durft te gaan, waarin je je afgewezen en onbegrepen voelde.

Gebruikshandleiding

Daarnaast zal je ook je dagelijkse gebruikshandleiding moeten herzien. We leven nu eenmaal niet in een dromers-wereld. Vanuit een nieuw contact met wie je bent zal je nieuwe manieren kunnen ontdekken hoe je je in de niet-dromers wereld te weer kunt stellen. Ook daar zijn tal van handreikingen mogelijk, zoals een betere fit qua werk en werkomgeving, anders omgaan met je tijd, energie, zelfleiderschap, relaties. Op een manier die afgestemd is op wat voor jou werkt.

Herken je dit?

Herken je je in dit verhaal? Ben jij ook zo’n dromer? Zou je ook de parel van jouw Essentie willen hervinden? De ruwe diamant die in je dromerigheid schuil gaat opdelven, van haar ongerechtigheden ontdoen en in de juiste zetting plaatsen? Ik zou dan graag jouw slijpsteen – coach en begeleider – zijn.

(c) Gerphil Kerkhof – oktober 2018

 


Tot slot

Dit artikel is het eerste van een reeks over dromers – en impliciet of expliciet over ADD en HSP. Wil je geen artikel missen? Abonneer je dan op de Nieuwsbrief – voor een bericht als er weer een publicatie is. Ben je geïnteresseerd in mijn benadering voor (Zijnsgeoriënteerde) coaching? Kijk dan hier voor wat ik voor je betekenen kan of maak een afspraak.

2018-11-04T13:52:23+00:00Coaching|

Over de auteur:

Gerphil Kerkhof (1958) is ‘aanstormend’ Zijnsgeoriënteerd coach en fotograaf. Gedurende 30 jaar stelde hij zich ten dienste van “IT-gedreven business transformatie”. Een burn-out voerde hem door een fase van “geforceerde persoonlijke ontwikkeling”, die hem terugwierp op zijn spirituele wortels - wat wilde het leven van hem? Sindsdien wil hij zich wijden aan het begeleiden van mensen die verlangen naar geestelijke, gevoelsmatige en creatieve bevrijding - en het (her)vinden van hun levensvreugde en -vervulling. Daarbij richt hij zich in het bijzonder op het begeleiden bij burn-out.