Burn-out – a blessing in disguise

Burn-out is onmiskenbaar een persoonlijke crisis van de bovenste plank. En toch schuilt er ook een enorme kans in. Kans op werkelijke bevrijding, een reset van wie je was tot wie je ten diepste bestemd bent te zijn.

In deze episode bekijken we burn-out vanuit spiritueel perspectief: als een spirituele crisis in tweevoud. En daarmee als een mogelijkheid tot persoonlijke groei en bevrijding. Het is belangrijk om ook dit aspect te benoemen. Het (h)erkennen van de ‘zegen’ die in burn-out schuilgaat zal essentieel blijken voor het begeleiden naar duurzaam herstel. Of beter: heling.


Dit artikel is tevens beschikbaar in PDF formaat
Het maakt deel uit van een reeks, waarin we een integrale kijk op burn-out ontvouwen – als basis voor een integrale benadering voor de begeleiding ervan.

 

Burn-out als zinvolle identiteitscrisis

Veel auteurs die door een burn-out gegaan zijn beschrijven hun burn-out als een vorm van ‘zinvolle identiteitscrisis’. Als, om Mieke Lannoey te citeren uit haar boek Burn-out – Het begin van verandering ‘een belangrijk signaal om een andere richting aan je leven te geven, als een uitnodiging om dichter bij jezelf te komen’.

Burn-out is volgens hen daarom méér dan alleen een emotionele en lichamelijke crisis: het is vooral ook een spirituele crisis. Dat wil zeggen: een crisis die je Spirit, je ziel, je Zijn aangaat. Een crisis die de mogelijkheid biedt tot bevrijding en heling, tot het hervinden van je oorspronkelijkheid.

Stelling

Ik kan dat alleen maar beamen. Ik durf het zelfs nog bouder te stellen: de spirituele crisis gaat aan de feitelijke burn-out vooraf. De burn-out is het paardenmiddel van je ‘ware Zelf’ om (alsnog) een verandering (‘heling’) te forceren èn mogelijk te maken. Via, zoals we in Burn-out – de limbische verklaring gezien hebben, ontregeling van het gevoelscentrum.

Ik weet, deze stellingname is tamelijk onconventioneel, maar gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Ervaringen die bevestigd en verklaard kunnen worden vanuit inzichten vanuit de Zijnsgeoriënteerde psychologie. Deze baseert zich op inzichten vanuit de moderne westerse humanistische psychologie en spirituele stromingen als het (seculiere) boeddhisme. Een visie waarin crisis wordt gezien als kans.

Voor onze argumentatie gaan we terug naar het moment in de neergang in burn-out waarop het echt mis gaat.

Voltreffer

Eerder gaven we aan, in De Helling van Onvrede, dat de uiteindelijke afdaling in burn-out begint bij een specifiek conflict (incident, botsing) dat, in ieder geval achteraf, als ‘laatste druppel’ te herkennen is.

In Burn-out – de Limbische Verklaring gaven we aan, dat dit incident in feite uitwerkt als een fatale voltreffer op wat een relevante onbewuste negatieve emotie (‘ronE’) wordt genoemd. Zie dat laatste als een afgedekt maar schurend pijnpunt. Een kwetsbaar litteken op de ziel, verbonden met onderdrukte emoties als angst en woede, schuld en schaamte. Een gevoelige plek die nu rechtstreeks en hevig wordt geraakt. Dwars door al onze inmiddels (door ‘sensitisering’) al poreus gemaakte verdedigingsmechanismen heen. Mogelijk dat je op dat moment nog niet eens doorhebt dàt je ‘fataal’ getroffen wordt, maar dat is een kwestie van tijd.

Laten we dan eens nagaan, wat er in de navolgende paar dagen of weken in ons gebeurt op spiritueel niveau. Op het vlak van ons zelfbeeld, onze identiteit. En op de betekenis die we toekennen en ontlenen aan onszelf en wat we doen met ons leven.

Eén proces – twee crises, twee uitkomsten

Als we dat heel precies nagaan, dan kunnen we naast een neurobiologische ook een spirituele ‘keten van gebeurtenissen’ onderscheiden. Deze wordt onderstaand in paars afgebeeld. Náást de effecten die de ontregeling van het limbische (en stress-hormonale) systeem op ons hebben. Beide grijpen op het neurobiologische vlak en qua psychische uitwerking diep op elkaar in.

Het verloop van de crisis die burn-out heet en wat er 'onder de motorkap' gebeurt

De Zin-crisis

Laat ik voor het gemak mijn eigen proces als uitgangspunt nemen en in slow-motion de eerste weken na ‘mijn’ fatale incident afdraaien.

Al snel drong tot mij door, dat al mijn pogingen om de situatie te veranderen of te ontvluchten vruchteloos waren gebleken. Er kwam een gevoel van wanhoop en beklemming over mij, waaruit geen ontsnappen meer mogelijk leek. Mijn laatste worstelingen hadden het karakter van een zinloze kamikaze-vlucht. Die maar naar één ding kon leiden: het einde, wat dat ook mocht zijn. Ik begon mij in alle wanhoop af te vragen: wat heb ik in godsnaam de afgelopen jaren gedaan? Een intens gevoel mezelf ten diepste verraden en verlaten te hebben overviel mij.

Er was het gevoel, alsof er iets in mij dood aan het gaan was – of doelbewust aangekoerst werd op zelf-doding. Een kernwoord daarin was het woord ‘betekenis’. Of beter: het volkomen wegvallen van betekenis. Het gevoel ieder contact met zingeving verloren te hebben – en daarmee ook de zin van mijzelf.

Laten we eerst dat aspect uitwerken – dat van zin en zinloosheid.

Vallen in leegte

Laten we voorop stellen, dat het voor de bevlogen medemens essentieel is om zin te ervaren in het leven. Er is een sterk verlangen om van betekenis te zijn en zinvolheid te ervaren in wat je doet.

Nu is dus het moment, dat het leven en het werk dat tot nu toe gedaan is zinloos, betekenisloos lijkt en tot niets leidt. De bevlogen mens stort in de immense, beangstigende leegte die aan al zijn streven en zelf- en wereldbeeld ten grondslag blijkt te liggen. Dat besef drijft hem tot wanhoop.

Rimpelingen in ons zelfbeeld

Daar komt bij, dat we ons zelfbeeld, ons gevoel van betekenis te zijn en eigenwaarde, veelal afhankelijk hebben gemaakt van (gelijk hebben gesteld aan) wat wij doen: onze prestaties en onze capaciteiten.

Parallel aan de nu om zich heen grijpende ontregeling van het limbische systeem golft ook deze ontregeling steeds grotere kringen in ons geestelijke wateroppervlak. Als we geen zin meer zien heeft ons eigen-zijn, wij-zelf, zo voelt het, geen zin meer, kunnen we niet meer bestaan.

Het gevolg is, dat we ons dood en leeg voelen. Als ons bestaan als identiteit niet meer mogelijk is kunnen we ook niet meer zijn bij de ander. We voelen ons eenzaam, uit verbinding. Als we niet meer kunnen zijn bij de ander kunnen we ook niet meer zijn bij het andere, bij de wereld. Kunnen we ons niet meer verwerkelijken – dan voelen we ons vervreemd van ons werk. En loopt ons bestaan dood.

De vier pijlers van een zinvol leven

In deze zelf-destructieve cirkelredenering herkennen we de vier bouwstenen van arbeidsvreugde (zie ook Arbeidsvreugde – anatomie van bevlogenheid):

  • Autonomie: het kunnen en mogen zijn wie wij zijn, onszelf herkennen in wat wij doen;
  • Verbinding: het ervaren van respectvolle en liefdevolle/vriendschappelijke verbondenheid met- en betekenis hebben vóór de ander – en omgekeerd;
  • Meesterschap: onszelf en onze idealen verwerkelijken en ontwikkelen door zinvol bezig te zijn in de wereld;
  • Zingeving: de ervaring dat wij leven vanuit iets dat groter is dan onszelf, zoals idealen, gemeenschappelijke waarden, een hogere entiteit, het Leven.

De burn-out crisis en de vier bouwstenen van arbeidsvreugde

Die zijn evenzeer de pijlers van levensvreugde en levensvervulling. Niet verwonderlijk, dat deze elementen ook weer terugkomen in wat Emily Esfahani Smith beschrijft in haar boek De kracht van betekenis als de vier pijlers van een zinvol bestaan:

Burn-out als zin-crisis - de vier pijlers van een zinvol bestaan

Met andere woorden: onze wanhoop, de beangstigende leegte van zinloosheid is existentieel. Het ontneemt het fundament ons ons bestaan. En dat fundament is wie wij denken te zijn. Dat ‘denken wie wij zijn’ is die ongrijpbare illusie die Zelf of Ik heet, het zelfbeeld dat we van onszelf hebben gevormd. En daarmee komen we bij die keerzijde van de Zin-crisis: de Zijn-crisis.

Zijn-crisis

De basis van ons Zelf of Ik-besef is gevormd gedurende onze jeugd, in een proces van min of meer geslaagde ‘individuatie’.  Het loskomen uit de symbiose met onze moeder. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Ieder van ons heeft momenten beleefd, korter of langer, heftig of dragelijk, waarin we ons verlaten of onveilig voelden, niet kregen wat we op dat nodig hadden, of niet gezien werden in wie wij echt waren. Situaties die ons pijn deden of angstig maakten.

Teruggetrokken Zelf

Om die situaties dragelijk te maken voor onszelf, hebben we delen van ons die we als kwetsbaar of niet welkom ervoeren teruggetrokken. En vaak zelfs helemaal verdrongen, tezamen met de corresponderende ervaringen en (‘relevante onbewuste negatieve’ – zie de limbische verklaring) emoties van pijn, woede en verdriet.

Hier vinden en voelen we het getormenteerde kind in ons, dat nog steeds wacht op de liefde en aandacht die het toen gemist heeft. Het drijft het afweermechanisme van de Valse Hoop. Dit kind komt in ons omhoog, zodra de limbische ontregeling om zich heen gaat grijpen. Zodra ook dat andere deel van ons failliet verklaard blijkt: ons ‘strategische zelf’.

Strategische Zelf

Andere delen in ons zullen we gedurende onze ontwikkeling juist wel naar voren schuiven. Delen waarmee wij verwachten ons alsnog in de ontbrekende liefde, waardering, veiligheid en aandacht te kunnen voorzien. Daartoe ontwikkelt dit ‘strategische zelf’ gedrag, neigingen en vaardigheden die onder normale omstandigheden best succesvol kunnen zijn. Zo leren we strategisch gedrag aan de dag te leggen. Zoals: altijd klaar staan voor de ander, indruk maken, mateloos bezit (zekerheid) najagen, manipulatief gedrag. Zo rusten we ons toe voor ‘het leven’ – met onze afweermechanismen, coping strategieën en compensatieprojecten.

Uiteindelijk zijn we ons met dit strategische zelf en diens competenties gaan identificeren. En hebben we zelfbevestigende beelden over onszelf en de wereld ontwikkeld die we zijn gaan uitdragen. Al dit streven en hard werken zal echter nooit fundamenteel bevredigend zijn. Dit Zelf is immers niet gebouwd op eigen kracht, ‘Essentie’, maar op gebrek, onveiligheid en vermijden, op leegte.

Failliet

Het fatale moment bestaat daaruit, dat we ons realiseren dat dit strategische zelf, waarmee wij ons geïdentificeerd hebben, failliet is. Sterker nog, de limbische ontregeling zet processen in werking, waardoor de cognitieve functies waar dit strategische zelf grotendeels op functioneert, ernstig worden ondermijnd.

Zo kan het ons niet meer afschermen van het besef dat wij van ons diepste wezen vervreemd zijn. Dat we ons gefundeerd hebben op leegte, op illusies. Tegelijk komt het verdrongen kind in alle verschrikking in ons op. Het kind dat zich ultiem verlaten en verdrietig voelt, nietig en klein in een vijandig universum. Verlangend naar de moeder die nooit meer komt.

Waar is hier de nooduitgang?

Tot nu toe nog weinig blessing – maar heb geduld, dat komt! Die blessing is precies hier – maar het hangt ervan af hoe je ernaar kijkt.

Op dit punt gekomen bereiken we de bodem van de leegte in onszelf. Dezelfde leegte, dezelfde pijn  die we ooit voelden toen wij ons opsplitsten in een strategisch en een teruggetrokken zelf. Opnieuw is er de neiging om ons terug te trekken – om ons te beschermen tegen nog meer pijn en leegte (als dat al mogelijk is). Als vertrek of verandering van de situatie niet meer mogelijk is (of als wij die niet aandurven), dan resten ons slechts een paar andere wanhoop scenario’s aan de ‘ik-kant’ van de vergelijking, waaronder:

  • Zelfmoord – de fysieke terugtrekking uit en opgeven van het aardse bestaan.
  • Depressie – de terugtrekking uit ons gevoelsleven, om de pijnlijke ‘negatieve’ emoties maar niet te hoeven voelen. Echter, niet alleen de ‘negatieve emoties’ worden zo gedempt, maar alle gevoelens, ook de vreugde en de liefde.
  • Escapisme – het breeduit vluchten uit en compenseren voor de gevoelde leegte en pijn. Zoals door een verslaving aan drugs of alcohol. Of aan sensaties die overmatige ‘flushes’ van lichaamseigen genotsstoffen veroorzaken of die je doen vergeten.
  • ‘Zombificatie’ – een geestelijke vorm van terugtrekking uit het leven, waarbij we proberen ‘hersenloos’, ‘op de auto-pilot’ door te gaan in dat deel van ons leven dat ons anders pijn doet.

Alle vier de reacties komen (net als burn-out) epidemisch voor in de westelijke wereld. Een mate van voorkomen die correleert met het gevoel van leegte en zinloosheid dat niet toevallig juist ook in welvarende, geseculariseerde en geïndividualiseerde landen steeds meer om zich heen grijpt. Daar ligt een verband, dat Emily Esfahani Smith in de inleiding van haar boek genadeloos uitbeent.

Nooduitgang

Burn-out als Zelf-reset – de vijfde nooduitgang

Maar zelfmoord, depressie, verslaving of het voortleven als robot zijn geen passende antwoorden voor de bevlogen mens. Al zal er ook wel vaak een zekere neiging zijn tot neerslachtigheid en escapisme (meer drinken bijvoorbeeld). Toch, de bevlogen mens hecht daarvoor teveel aan het leven, verlangt er te zeer naar betekenis te ervaren.

Laten we dan eens dat spoor van verlangen volgen. Ons open stellen voor de mogelijkheid, dat er diep in ons iets is, dat zozeer van ons en het leven houdt, dat het ons een vijfde uitweg kan bieden. Dat, als wij ons niet fysiek aan de benarde situatie kunnen onttrekken en ook niet strategisch die situatie kunnen veranderen, ons de mogelijkheid van een ‘reset’ biedt. Een ‘reset’ van ons zelf.

Dat het een proces in ons op gang zet, dat zowel onszelf als onze situatie transformeert tot hoe het ons oorspronkelijk had toegewenst, bedoeld had. Een proces dat voelt als burn-out, maar dus eigenlijk een reset is. En dat, zodra wij beseffen dat het een reset is, als een bevrijding en hergeboorte ervaren kan worden. Met dezelfde geboortepijn, en hetzelfde vervolg: een nieuw, of beter: oorspronkelijk, authentieker Zelf en Leven.

De kracht van het verlangen

Dat inzicht brak bij mij door op het moment dat ik de leegte en wanhoop totaal tot mij had laten doordringen. 17 dagen na de Ramp. In die wanhoop is namelijk óók verlangen en een dieper weten te horen. Zo was het tenminste bij mij:

Mijn moment van ‘de waarheid’

“Ik voelde mij vanaf dit fatale moment – met enige vertraging – in een peilloze leegte gegooid, de leegte van zinloosheid en wanhoop. Ik kon niet anders dan die dagen in die wanhoop blijven. Enerzijds omdat die wanhoop en leegte alomvattend was, maar tegelijk ook omdat ik verwachtte dat als ik in die leegte durfde te blijven, dat die tot mij zou gaan spreken met een antwoord waar ik zelf niet op kon komen.

Het begon met het gevoel, dat ik mijn leven over een totaal andere boeg moest gooien. Wist ik maar welke boeg.

Zo reed ik op een dag naar Duitsland. Ergens in het golvende landschap van de Belgische Ardennen schoot het mij te binnen – wie ik in wezen was en wat in wezen mijn bestemming was. Het was alsof alles in en om mij plotseling samenviel. Mijn hele geschiedenis bekeek ik in één flits vanuit een ander perspectief. Alsof er op dat moment ook fysiek echt dingen diep in mij veranderden.

Later viel alles op zijn plaats: hier had ik contact met mijn ‘Essentie’ (ook wel ‘ware zelf’, Zijn of ziel), en via mijn ziel voelde ik mijn plaats in het grotere geheel, waar ik deel van uitmaak.”

Uiteen in duizend stukjes

Zelf ervoer ik het navolgende proces en de burn-out waarin dit uitmondde als het gevoel gedragen te worden door iets dat mij tegelijk ‘verheft’ en ‘opheft’. En wat dat laatste betreft: mij het gevoel gaf uiteen te spatten in duizend stukjes. Er was geen Zelf meer – alleen nog maar een vormeloze soep van emoties en eigenschappen en ‘functionaliteiten’, flarden van wie en wat en hoe ik was en zou kunnen zijn.

Als ‘larvensoep’ in een cocon, bestemd om iets te zijn dat ik altijd al in mij had, maar waar ik mij in dit stadium geen voorstelling van kon maken.

Vlinder of toch ... libelle?

Ik wist alleen, dat ik wilde worden: wie ik werkelijk bestemd was te zijn. Wat dat dan ook mocht wezen.

Transcendentie in Essentie

Hierin zit dus de ‘blessing’ waar de titel van dit artikel op doelt.

Ik realiseer mij, dat niet iedereen die door een burn-out gaat, op dat vroege moment in het proces, een dergelijke in wezen transcendentale gebeurtenis bewust heeft meemaakt. Ik geef ook toe, dat dit aspect van Zelf-ondergang en ‘reset’ in relatie tot burn-out nog niet of nauwelijks wetenschappelijk onderzocht is. Daarvoor is het misschien te ‘vaag’ of te persoonlijk en daardoor niet makkelijk onder één noemer te brengen.

Toch is er genoeg ‘circumstantial evidence’, geput uit verhalen van mensen die door een forse burn-out zijn gegaan en neurologisch onderzoek, die bevestiging geven aan wat ik zelf heb ervaren. Daarom ben er ik wel van overtuigd, dat wat hier bij mij gebeurde een universeel gegeven is.

En dat het herkennen ervan en contact maken met dit gebeuren van Essentieel belang is voor heling. Dat herkennen en contact maken met deze ‘ramp-zalige’ gebeurtenis ook achteraf kan.

Hoe dan ook, dit moment is de ultieme trigger tot wat ik de Zelf-reset noem. Deze is tweeledig:

  • Ontregeling en het ‘over de rand duwen’ van het oude verwrongen Zelf – de Zelf-Dood. Dat gebeurt door twee ingrepen vanuit je Essentie in onze hersenprocessen:
    • ontregeling van het limbische systeem; en
    • het dempen van processen in de achterste pariëtale schors, een onderdeel van de pariëtale hersenkwab;
  • De daardoor gefaciliteerde mogelijkheid tot ‘desidentificatie’ ervan, het verwerken van de oude pijn en het contact maken met wat je werkelijk in Essentie bent.

Limbische ontregeling als instrument

Deze spirituele kijk op burn-out geeft een heel andere kijk op de limbische verklaring. De ontregeling krijgt zin – als een instrument om afstand te kunnen nemen tot wie wij denken (geworden) te zijn en om onze diepste pijn, angst, verdriet, schuld en schaamte te verwerken. We kunnen in onze heling immers niet meer effectief om de tuin worden geleid door verweer vanuit ons strategische zelf – dat is daartoe fysiek niet meer in staat.

De limbische verklaring geeft hier ook een onderbouwing voor de methoden tot heling en bevrijding die de Zijnsgeoriënteerde psychologie als instrumenten inzet: het bij je pijn kunnen blijven, leren dragen ervan, om zo dóór de pijn heen contact te maken met onze wezenlijke Zijnskwaliteiten en wie wij ten diepste altijd al geweest zijn: stralende, vrije wezens.

Zelf-ontregeling

Tegelijk wijst neurologisch onderzoek op een tweede aspect. De eerder genoemde psychologe Emily Esfahani Smith verwijst daarnaar in een recent artikel in New York Magazine, What a ‘Transcendent Experience’ Really Means. Transcendentale ervaringen gaan, zoals een zeer recente studie van David Bryce Yaden en anderen aangeeft,  gepaard met een aantoonbare demping van metabolische processen in de achterste pariëtale schors in onze hersenen.

Bron: Wikipedia

In dit deel worden zintuiglijke ervaringen bijeengebracht tot één werkelijkheidservaring, wordt ons lichamelijk bewustzijn gecreëerd en ervaren we de grens tussen onszelf, ons lichaam en de wereld. Neurologen nemen aan, dat in dit deel daarmee ook ons zelfbeeld, onze ik-ervaring wordt gecreëerd waarmee wij ons identificeren om ons tot onze omgeving te kunnen verhouden.

Het effect van deze demping van functies in dit gebied is een verminderd ik-gevoel. Tegelijk geeft het een gevoel op te lossen in iets dat groter is dan wij zelf. Dit maakt het opgeven van wie wij dachten te zijn makkelijker. En helpt het ons gedragen te voelen door iets dat boven ons uitstijgt of aan ons vooraf gaat. Een wezenlijk aspect van levensvreugde en -vervulling.

Het maakt daarbij niet uit, of de transcendentale ervaring een spontane is, zoals die die ik had, of geïnduceerd, zoals met meditaties of religieuze rituelen. Het effect is ook niet éénmalig: Emily Esfahani Smith maakt duidelijk, dat transcendentale ervaringen (via dit hersenproces) – afhankelijk van kracht of herhaling – langdurig tot blijvend impact kunnen hebben op hoe wij in het leven staan.

Depersonalisatie

Circumstantial evidence? Het effect hiervan is ook aan den lijve merkbaar tijdens een middelzware tot zware burn-out, op een manier die algemeen wordt omschreven als depersonalisatie.

Om een beetje ‘invoelbaar’ te maken wat dit betekent: bij mij uitte dit onder andere in het wegvallen van alle filters in mijn werkelijkheidsbeleving. Alles werd waargenomen, ook de 90% van alle prikkels die normaliter door onze hersenen worden weggefilterd. Wat in eerste instantie een ontheemd en angstig gevoel geeft.

Het was ook, alsof ik in een film leefde. Alsof ik nog maar een klein mannetje in mijn eigen hoofd was die door mijn oogkassen keek. Tegelijk was mijn blikveld beperkt. Passanten doken plotseling vanuit het niets op, om aan de andere kant van mijn blikveld weer te verdwijnen. Mijn lichaam voelde ook anders. Ik had zware benen, ik zwabberde alsof ik dronken was. Alsof ik permanent onder invloed was van tenminste twee glazen La Chouffe was. Ik kon mensen zien spreken maar hoorde soms niets meer, of wat zij zeiden werd onmiddellijk weer gewist in mijn geheugen.

Mijn geest werd zo gebombardeerd door indrukken van buiten, impulsen en gevoelens van binnen, dat ik deels apathisch werd en deels alleen nog maar kon huilen. Ik probeerde dit alles aanvankelijk nog wel beheersbaar te houden, maar kon dat niet meer. Ik moest wel meegeven – en opgeven.

Hersenprocessen als katalysator

Terug naar burn-out. Beide neurobiologische ‘ontregelingen’ faciliteren dus een ontwikkeling die spiritueel genoemd mag worden. Eén die ons in staat stelt om onze identificatie op te geven met een falend – op leegte, behoeftigheid en pijn-vermijding gebaseerd – historisch ‘ik’. En tegelijk heling en betekenis te vinden: door ons te verbinden met wie wij ten diepste zijn.

Wat betekent dat voor burn-out begeleiding?

Het begrijpen van burn-out als een spirituele crisis stelt gangbare vormen van begeleiding in een heel ander daglicht.

Restauratie en re-integratie

Er is een natuurlijke drang om de pijn die met burn-out gepaard gaat te vermijden. We willen ervan af.

Een vorm van begeleiding die daarbij aansluit is wat ik restauratie van het strategische zelf noem. Daarbij wordt, zodra de ergste symptomen wegtrekken, ingezet op herstel van een ‘positief zelfbeeld’, het aanleren van effectiever gedrag en effectievere coping strategieën. Zij stutten echter alleen maar een ‘hersteld’ strategisch zelf, als aangeplakte steunbalken, dat fundamenteel nog steeds op angst en onzekerheid gebouwd is. Zo kunnen we aanvankelijk succesvol re-integreren in ons oude leven.

De ervaring leert, dat een terugkeer in burn-out echter voortdurend op de loer ligt. Immers, fundamenteel verandert er in ons en in onze (werk) situatie niets. Hoogstens wordt het draaglijker en beter hanteerbaar gemaakt.

Heling

Als we het ware karakter van burn-out als een emotionele en spirituele crisis ter harte willen nemen, dan komen we bijvoorbeeld uit op methodieken vanuit de Zijnsgeoriënteerde psychologie:

  • Vanuit wat het 1e perspectief wordt genoemd: het leren dragen van pijnlijke, heftige emoties, het aanwezig kunnen zijn bij en ‘zakendoen met’ de ‘relevante onbewuste negatieve emoties’ die ons tot de splitsing en verkramping in onszelf hebben gevoerd via het weer aansluiting vinden met al onze gevoelens en niet te vergeten ons lichaam;
  • Vanuit wat het 2e perspectief wordt genoemd: het herkennen en verkennen van wat er aan Essentiële kracht en Zijnskwaliteiten in ons leeft; daarbij ook: het ‘verkennen’ van een veranderde, gedepersonaliseerde werkelijkheidsbeleving (als ingang tot non-dualiteit);
  • Vanuit wat het 3e perspectief wordt genoemd: het ervaren van hoezeer onze Essentie geworteld is in de ultieme Zijnsgrond van alles, dat alles één is, we gedragen worden door het leven.

De toevoeging van juist het 2e en 3e perspectief (bovenop het zakendoen met emoties) is ook wel logisch. De leegte kan niet worden weggenomen door haar te ontkennen (en dat is wat we met afdekking en wegvluchten doen). De leegte herbergt verlangen en ten slotte ervaren van wie en wat en hoe wij – en het Leven – ten diepste zijn.

Daar vinden wij, zoals Hans Knibbe zo mooi schrijft, op de bodem van onze neurose, de niet-herkende Boeddha (zie zijn gelijknamige boek) in onszelf.

Van crisis naar perspectief

Het leven en werken vanuit de Zijnsdimensie dat dan mogelijk wordt, leidt tot een geheel andere, meer vrije, creatieve en lustvolle manier van in het leven staan. Omdat je ‘doet wat je ècht wilt’- van binnenuit. Een manier van in het leven staan waarin verbinding, zinbeleving, flow en een vrije houding ten opzichte van ‘het Leven’ vanzelfsprekend zijn. Daarbij hoort: volledige bereidheid om wat zich ook aandien liefdevol tegemoet te treden. Oók: lastige gevoelens, moeilijkheden en het maken van fouten.

En de ziekmakende organisatie dan?

Moeten we dan blij zijn met burn-out? En kan de ziekmakende organisatie dan zelfgenoegzaam slapen gaan? Natuurlijk niet. Burn-out is en blijft een hele nare manier om verlichting en bevrijding te vinden.

Het zou zonder meer goed zijn als men zich meer bewust zou worden van het belang van ‘emotionele intelligentie’. Van het kunnen openstaan voor en accepteren van emoties. Van het compassievol kunnen omgaan met gevoelens als onvrede, frustratie, angst, onzekerheid, woede en verdriet. En met de vier bouwstenen van arbeidsvreugde, waarin juist ook zingeving zo’n belangrijke plaats inneemt.

Organisaties waar ziekmakende tendensen zichtbaar zijn zouden zich moeten realiseren dat de ontvouwing van zingeving en levensvreugde van mensen op de lange duur niet gestopt kan worden. Het kruipt als water waar het niet gaan kan. Er is maar één echte keus: voor de harde òf de zachte weg.

 

Gerphil Kerkhof – juli/augustus 2017

 


Vooruitblik naar volgende episodes

In een volgende editie van deze reeks kijken we naar de kosten/baten van burn-out preventie en begeleiding voor organisatie en samenleving. Daarnaast extraheren we de elementen die deel zouden moeten uitmaken van een integrale aanpak van burn-out begeleiding. Inclusief re-integratie en ‘herhalingspreventie’.

Wil je geen artikel meer missen? Abonneer je dan op de Nieuwsbrief die je persoonlijk informeert als er weer een publicatie is.

2017-11-21T11:51:37+00:00 Burn-out|

Over de auteur:

Gerphil Kerkhof (1958) is ‘aanstormend’ Zijnsgeoriënteerd coach en fotograaf. Gedurende 30 jaar stelde hij zich ten dienste van “IT-gedreven business transformatie”. Een burn-out voerde hem door een fase van “geforceerde persoonlijke ontwikkeling”, die hem terugwierp op zijn spirituele wortels - wat wilde het leven van hem? Sindsdien wil hij zich wijden aan het begeleiden van mensen die verlangen naar geestelijke, gevoelsmatige en creatieve bevrijding - en het (her)vinden van hun werkelijke arbeids- en levensvreugde en levensvervulling. Daarbij richt hij zich in het bijzonder op het begeleiden bij burn-out.